Steeds meer Nederlands talent kiest voor universiteitstennis in VS, tennisbond kritisch
In dit artikel:
Steeds meer Nederlandse tennistalenten kiezen ervoor om hun ontwikkeling in het Amerikaanse college-tennis voort te zetten, een trend die de KNLTB erkent maar kritisch volgt. Het Amerikaanse universiteitssysteem wordt gezien als een groeiende opstap naar het profcircuit: in het hoofdtoernooi van de Australian Open staan nu 34 spelers met college-achtergrond (25 mannen, 9 vrouwen), waar dat tien jaar geleden nog maar 10 waren. Dat illustreert hoe de route via NCAA-wedstrijden en universiteitsprogramma’s aan gewicht wint.
Internationale voorbeelden zoals Ben Shelton — huidige top-10-speler die twee jaar college-tennis speelde — benadrukken dat de Amerikaanse leerperiode intensief maar effectief kan zijn voor wie zich wil doorontwikkelen. Voormalig universiteitscoach Peter Lucassen wijst erop dat spelers steeds later doorbreken en dat een tussenperiode van 18–22 jaar in de VS zinvol kan zijn: een professionele tenniscarrière rekt zich tegenwoordig makkelijker tot begin dertig of later.
Jonge Nederlanders volgen die logica. De 18-jarige Mees Röttgering vertrok naar Wake Forest (North Carolina) omdat hij daar meer vaste structuur en betere trainingsmogelijkheden ervaart dan thuis; met steun van Davis Cup-captain Paul Haarhuis sloot hij zich aan bij het universiteitsteam en speelt hij daarnaast nog kwalificatietoernooien, zoals voor het ABN AMRO Open. Ook Rose Marie Nijkamp (19), sinds een jaar bij Oklahoma State, koos voor vier jaar studie en sport in de VS om financiële zekerheid en zelfstandigheid te verkrijgen; zij wil ondanks de studie haar grandslam- en Olympische ambities vasthouden. Andere namen die de overstap maakten zijn Abel Forger, Hidde Schoenmakers en Manvydas Balciunas.
De KNLTB, vertegenwoordigd door sportdirecteur Jacco Eltingh, reageert terughoudend enthousiast. Hij erkent de kansen — inclusief aantrekkelijke vergoedingen voor talenten (geschat tussen ongeveer 3.000 en 10.000 euro per maand aan ondersteuningswaarden) — maar vraagt zich af of de Amerikaanse coaches daadwerkelijk tactisch en technisch opleiden in plaats van vooral op resultaten te sturen. Vanuit Nederlands perspectief ziet Eltingh de college-route op dit moment als een “B-route”: slechts enkelen, zoals Paul Haarhuis en Arianne Hartono, hebben in de afgelopen decennia succesvol de stap naar een hoge ranking op de proftour weten te maken via college-tennis.
Eltingh geeft de voorkeur aan een omgeving waarin de beste Nederlandse spelers in eigen land intensief met elkaar trainen — volgens hem versnellen goede trainingspartners en een geconcentreerd binnenlandprogramma de ontwikkeling. De opkomst van het college-systeem dwingt de KNLTB echter om die concurrerende leerweg serieus te blijven volgen en waar nodig te reageren.
Vandaag Inside: Pikant detail gespot op nieuwe Vandaag Inside-kersttrui: 'Neukende herten?!'