Steeds meer Pontische meeuwen

vrijdag, 27 juni 2025 (07:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

De Pontische meeuw (Larus cachinnans), oorspronkelijk afkomstig uit Centraal-Azië en Oost-Europa, heeft zich in ruim honderd jaar westwaarts verspreid en broedt sinds 2014 met toenemende aantallen in het IJsselmeergebied. Inmiddels zijn deze meeuwen het hele jaar door op waterrijke plekken in Nederland te vinden, vooral in zoetwatergebieden. Winters voeden ze zich opportunistisch met visresten, afval en rivierkreeften, vaak achter vissersschepen of nabij vuilstortplaatsen.

Hoewel ze landinwaarts minder voorkomen dan andere meeuwensoorten, worden er met de Meetnet Watervogels-tellingen duizenden Pontische meeuwen geteld verspreid over Nederland, al zijn aantallen in provincies als Groningen, Drenthe en Noord-Brabant relatief laag door zowel echte afwezigheid als verwarring met vergelijkbare soorten als de Zilvermeeuw. De sterke uitbreiding vanuit hun oorspronkelijke broedgebieden bij de Zwarte Zee en Kazachstan begon eind 20e eeuw toen ze via Oekraïne en Midden-Europa Nederland bereikten, mede aangewakkerd door het toenemend aantal visvijvers in Centraal-Europa.

De eerste broedgevallen in Nederland werden in 2012 gemeld, aanvankelijk vaak solitaire of hybride paren met Zilvermeeuwen, die meestal weinig succesvol waren. Vanaf 2014 groeide vooral in het IJsselmeergebied, op kunstmatige zandige eilandjes en strekdammen bij Lelystad en de Friese kust, een snel uitbreidende koloniestructuur met een opmerkelijk hoog broedsucces. In 2024 waren er op De Kreupel ten minste 141 bezette nesten, en elders in het gebied nog tientallen paren. Pontische meeuwen beginnen bovendien opvallend vroeg met broeden, ruim drie weken eerder dan verwante meeuwensoorten, waardoor hun jongen al in juni kunnen vliegen.

Vis vormt een belangrijk onderdeel van hun dieet, met voordeel van ondermaatse vis die bij fuikenvissers wordt teruggegooid, maar ze voeden zich ook met rivierkreeften en afval. Hun herkenbare uiterlijk met een iets donkerdere grijze mantel, een rode oogring en een uniek handpenpatroon maakt individuele identificatie mogelijk. Het levendige baltsgedrag, waarbij mannen met een gierende, hese roep indruk maken, inspireerde de Latijnse naam ‘cachinnans’, wat ‘schaterlachen’ betekent.

De snelle groei van deze soort in Nederland getuigt van een succesvolle aanpassing aan lokale omstandigheden. De soort blijft voorlopig gebonden aan zoetwatergebieden en is nog niet ingeburgerd in grote kolonies langs de kust. Vogelaars worden aangeraden broedgevallen te melden via het kolonievogelproject, aangezien Pontische meeuwen steeds meer onderdeel worden van het Nederlandse vogelbeeld.