Statushouders moeten aan de slag: meer ruimte voor 'startbanen'
In dit artikel:
Het kabinet breidt een proef uit om statushouders sneller aan werk te helpen: minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) maakte donderdag bekend dat startbanen in ruim tachtig gemeenten worden aangeboden, bij voorkeur kort nadat nieuwkomers zich vestigen. De maatregel bouwt voort op eerdere pilots in steden als Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven; een evaluatie laat zien dat 44% van de deelnemers die zich aanmeldden een baan kreeg.
Aartsen noemt de uitbreiding nodig omdat het huidige inburgeringsstelsel volgens hem te veel gericht is op cursussen en uitkeringen, waardoor combineren met werk lastig is. Nu zit ongeveer 70% van de statushouders na drie jaar nog in een uitkering en na vijf jaar nog circa 50%. Werk biedt volgens hem zowel financieel voordeel als snellere deelname aan de samenleving: collega’s, praktijkgericht Nederlands leren en betere kans op doorstroom.
Startbanen zijn functies die relatief toegankelijk zijn zonder sterke taalvaardigheid — voorbeelden zijn logistiek, horeca, schoonmaak, bouw en techniek. Deelnemers aan de proef blijken enthousiast, omdat werk hun taalontwikkeling en maatschappelijke integratie versnelt. Aartsen ziet de inzet van startbanen als eerste stap naar een andere normstelling in het inburgeringsbeleid: eerst werk aanbieden, niet primair een uitkering.