Starterslening duurder vanaf maandag: rente naar 4,60%
In dit artikel:
De rente voor een nieuwe SVn Starterslening stijgt op maandag 21 september 2026 van 4,40 naar 4,60 procent. Het gaat om de aanvullende lening voor starters, niet om een algemene verhoging van hypotheekrentes. Ook bestaande leningen met een vaste rente worden hierdoor niet automatisch duurder.
Bepalend voor het tarief is de datum waarop SVn de aanvraag ontvangt. Een bezichtiging, bod of eerste contact met de gemeente legt de rente dus nog niet vast. Aanvragers doen er daarom goed aan bij hun adviseur te controleren welke stap officieel is afgerond en welke datum bij SVn geregistreerd staat. Een toewijzingsbrief is vereist en de Starterslening is alleen beschikbaar als de gemeente of provincie aan de regeling meedoet. Gemeenten bepalen bovendien het maximale leenbedrag.
De lening kan het verschil overbruggen tussen de hypotheek van de bank en de financiering die nodig is voor een eerste woning. De eerste drie jaar zijn er doorgaans geen maandlasten, maar de schuld verdwijnt niet. De regeling bestaat uit een Starterslening en een Combinatielening; aanvankelijk wordt de aflossing van het eerste deel uit het tweede deel betaald, waardoor die schuld oploopt. Daarna kunnen de lasten aanzienlijk veranderen.
Kopers moeten daarom niet alleen naar de lasten direct na aankoop kijken, maar ook naar de situatie na drie jaar. Een adviseur kan de gewone hypotheek, rente, aflossing en bijkomende kosten in één overzicht zetten en beide leningen doorrekenen bij 4,60 procent. Een renteverschil leidt niet voor iedereen tot hetzelfde extra maandbedrag, omdat ook het leenbedrag en de looptijd meetellen. Een eventuele hertoets van SVn kan de draagkracht opnieuw beoordelen, maar brengt kosten mee en maakt een onhaalbare begroting niet verantwoord. Energie, onderhoud en dagelijkse uitgaven moeten eveneens worden meegenomen.
Vandaag Inside: Wilfred Genee verbaast zich In de Wandelgangen over Raymond Mens: 'Dat je dat durft!'