„Standvastige en bescheiden" ds. Simon van Velzen brak met Nederlandse Hervormde Kerk

vrijdag, 15 mei 2026 (19:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Dr. Harm Veldman (83) uit Zuidhorn publiceert een biografie van Simon van Velzen (1808–1896), een centrale maar lange tijd onderbelichte leidersfiguur van de Afscheiding in Friesland. Van Velzen trad, net als Hendrik de Cock, in 1834 uit de Nederlandse Hervormde Kerk omdat hij de kerk te vrijzinnig vond en bezwaren had tegen invoering van nieuwe gezangen en het ontbreken van binding aan de belijdenis. Hij begon als predikant in Drogeham en stichtte later meer dan tien afgescheiden gemeenten in Friesland; daarnaast was hij predikant in Amsterdam (intrede 1839) en vanaf 1854 docent aan de net opgerichte Theologische School in Kampen.

Veldman schetst Van Velzen als een nuchtere, bescheiden doorzetter die weinig behoefte had aan persoonlijke roem — hij verbrak zijn eigen levensgeschiedenis, waardoor veel innerlijke details ontbreken — maar die veel praktischer werk verzet heeft voor de afgescheidenen. In Amsterdam botste hij met figuren als Hendrik Peter Scholte over strategieën tegenover de overheid; Scholte werd door de synode geschorst. Van Velzen moest ook persoonlijk de consequenties van het afscheidingswerk dragen: de overheid legde boetes op voor verboden samenkomsten (een specifieke boete van 50 gulden werd genoemd wegens meerdere kerkdiensten en een doop in een arbeiderswoning).

Als docent in Kampen vormde Van Velzen tientallen toekomstige afgescheiden predikanten; hij gaf kerkgeschiedenis, ethiek en prediking. Theologisch hield hij vast aan de kernpunten van het christelijk geloof en waarschuwde tegen modernistische invloeden. Voor predikkunde gebruikte hij een in het Nederlands vertaalde Frans-Zwitserse homiletiek uit de Reveil-traditie; hij las ook à Brakel en Koelman en werkte mee aan een heruitgave van Hellenbroeks vragenboekje. Veldman plaatst hem niet als een vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie: Van Velzen was minder inward-looking en soms “zoekende” in theologische stijl, maar consequent in zijn trouw aan schrift en belijdenis.

Een belangrijk onderdeel van zijn werk was het bevorderen van kerkelijke eenheid tussen verschillende afgescheiden groepen. Toen in 1886 de Doleantie onder leiding van Abraham Kuyper losbarstte en later samenkomsten tussen afgescheidenen en dolerenden naar vereniging toegroeiden, woonde de hoogbejaarde Van Velzen in 1892 de beslissende synodevergadering in Amsterdam bij — hij moest op een stoel naar binnen gedragen worden. Hoewel hij het niet in alle punten met Kuyper eens was (onder meer over artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de rol van de overheid), steunde hij de vereniging van kerken die dezelfde belijdenis delen.

Van Velzen overleed op Goede Vrijdag 1896 in Kampen, omringd door familie. Veldman typeert hem als iemand van standvastige eenvoud en plichtsbesef: wellicht de „vader van de Afscheiding in Friesland”, al zou Van Velzen zelf een dergelijke titel waarschijnlijk hebben afgewezen.