Staatssecretaris wil aardbevingsgebied Geelbroek indelen in schadezones. Gemeenten reageren kritisch. 'Dit maakt het juist ingewikkelder'
In dit artikel:
Staatssecretaris Jo-Annes de Bat (Economische Zaken en Klimaat) wil de afhandeling van de schade door de aardbeving bij Geelbroek (nacht van 13 op 14 maart, magnitude 3.0) versnellen door het gebied rond het epicentrum in vier zones te verdelen. Hoe dichter bij het epicentrum, des te groter de veronderstelde kans op schade en des te hoger de vergoeding. Voor de binnenste twee zones (tot ruim 3 km) geldt een versnelde regeling waarbij wordt aangenomen dat de schade door de beving komt en bewoners een vergoeding tot een vastgesteld maximum ontvangen zonder uitgebreid onderzoek. In de derde zone geldt ook een versnelde aanpak maar met een lager plafond; in de meest buitenste ring krijgen melders een vast bedrag. Preciese bedragen zijn nog niet bekend.
De maatregel is bedoeld om de afhandeling te bespoedigen nu ongeveer 5.600 schademeldingen binnenkwamen bij de Commissie Mijnbouwschade (CM) en het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG), met veel meldingen uit Assen. De NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij) wil volgens De Bat alleen meewerken aan versnelde afwikkeling in de gebieden dicht bij het epicentrum; voor de overige zones wil het kabinet zelf een regeling opzetten. Verwacht wordt dat de CM na de zomer begint met de binnenste zones; een regeling voor de verder gelegen melders volgt waarschijnlijk begin volgend jaar.
De gemeenten Aa en Hunze, Assen en Midden-Drenthe zijn kritisch: zij vrezen dat het zonemodel leidt tot onbegrijpelijke en onrechtvaardige verschillen tussen inwoners. De Drentse besturen pleitten eerder voor een ruimhartiger aanpak met vaste vergoedingen, herstel in natura en voorzieningen voor bijzondere gevallen en geschillen, naar het voorbeeld van de regeling in Groningen.