Staatssecretaris onderzoekt acceptatie stroomuitval: 'Oma straks geen verwarming'
In dit artikel:
CDA-staatssecretaris Jo-Annes de Bat laat onderzoeken hoeveel en hoe vaak stroomstoringen Nederland door de energietransitie kan verwachten, en vooral hoe lang mensen daar bereid zijn zonder stroom te zitten. Door elektrificering en de groei van wind- en zonne-energie komt het elektriciteitsnet onder extra druk; het kabinet wil weten welke risico’s dat oplevert en welke maatstaven acceptabel zijn.
In samenwerking met TenneT en regionale netbeheerders worden rekenmodellen gebruikt om piek‑situaties door te rekenen — dagen met extreme opwekking of weersinvloeden — en te bekijken welke delen van het land tijdelijk uit kunnen vallen. De Bat schetst onder meer een scenario richting 2030 waarin een zwaar belast net op een bepaald moment voor ongeveer een uur lokaal geen stroom levert. De centrale vraag is of zulke korte uitvalmomenten aanvaardbaar zijn en of burgers en vitale sectoren (huizen, bedrijven, spoornetwerk, Schiphol, verkeer) daarop kunnen worden voorbereid. De Bat benadrukt dat er een grens bestaat waarop uitval onacceptabel wordt, en dat die grens nog moet worden bepaald.
Er is felle kritiek op deze aanpak. Bart Burggraaf van Vrij Verbond waarschuwt dat urenlange uitval geen 'storing' maar een "crisis" is. Hij verwijst naar berekeningen van TenneT dat het uitschakelen van fossiele opwek mogelijk 10–12 uur uitval per jaar kan betekenen, terwijl de huidige grens voor acceptabele uitval volgens hem maximaal 4 uur is. Burggraaf waarschuwt voor gevolgen voor kwetsbare huishoudens, hogere kosten en de maatschappelijke impact van minder betrouwbare energievoorziening.
De lopende analyses moeten concrete beeld krijgen van frequentie, duur en maatschappelijke gevolgen van storingen, zodat het beleid rond netbelasting, uitbreidingen en noodvoorzieningen beter op de transitie kan worden afgestemd.