Staatsman Thorbecke goede wegwijzer voor nieuwe kabinet
In dit artikel:
In 2026 staat Nederland voor de vraag hoe je een minderheidskabinet bestuurt: welke praktijkgerichte afspraken en politieke partners zijn nodig om wetgeving voort te brengen in een smalle, compromisherkende politiek? De auteur plaatst die uitdaging in historisch perspectief: Thorbecke’s grondwetsherziening van 1848 verlegde het bestuurlijk initiatief van koning naar ministers, introduceerde ministeriële verantwoordelijkheid en breidde burgerrechten en het kiesrecht uit — veranderingen die de koninklijke invloed (onder onder anderen Willem III) beperkten en de Eerste en Tweede Kamer politiek veteraan makten.
Actueel is de situatie dat D66-VVD-CDA als minderheidsregering opereren en afhankelijk zijn van occasionele steun. GroenLinks en de PvdA (gezamenlijk vroeger een belangrijk links blok) kunnen gelegenheidssteun verlenen, maar hun recente zetelverlies — vijf zetels minder, van 25 naar 20 — wijst op interne en electorale uitdagingen. De vraag is of beide partijen over elkaars historische verschillen heen kunnen stappen en een samenhangend progressief aanbod kunnen formuleren. D66 wordt inmiddels soms gezien als de partij die het klassieke progressieve speelveld heeft ingevuld. Het CDA heeft zich hersteld: na een dieptepunt van vijf zetels in 2023 klom de partij naar 18 zetels in oktober 2025; de VVD blijft met ongeveer 22 zetels redelijk standvastig.
De auteur pleit voor het omarmen van de “gelegenheidsregering” als realistische optie. Minderheidskabinetten zijn geen doodsteek voor goed bestuur: ervaringen in Canada (meerdere federale minderheidsregeringen sinds 2004) en in Denemarken (waar minderheidsregeringen sinds de jaren ’70 gangbaar zijn) laten zien dat ze kunnen leiden tot strategische besluitvorming, brede compromissen en het buiten houden van extremen. Dergelijke kabinetten dwingen tot zorgvuldigheid in beleid en uitvoering.
Wat Nederland volgens de schrijver nu nodig heeft is stabiliteit en visie op de lange termijn — niet alleen een vierjarenplanning, maar een horizon van decennia. Prioriteiten zijn onder meer structurele aanpak van stikstof, een oplossing voor de woningmarkt, daadkrachtig klimaat- en innovatiebeleid en duurzame economische groei. Concreet vraagt dit om bekwame bestuurders die, in de traditie van bouwers als Thorbecke, bereid zijn te zoeken naar coalities, compromissen en langdurige investeringen ten behoeve van een sterk Nederland binnen Europa.