Bijna iedereen heeft te veel pfas in bloed, maar aanpak van Staat is voldoende
In dit artikel:
De rechter heeft dinsdag geoordeeld dat de Nederlandse Staat voldoende doet om de verspreiding van pfas tegen te gaan. Dit besluit volgt op een zaak van vijf milieuorganisaties die via de rechter een landelijk verbod op pfas eisten omdat deze stoffen — een groep van tienduizenden zeer persistentie chemische verbindingen — in verband worden gebracht met onder meer kanker en verstoring van het immuunsysteem.
Volgens de rechter zijn de maatregelen die de Staat nu neemt toereikend gezien de huidige kennisstand. Belangrijk in de afweging was dat Nederland actief inzet op een vrijwel alomvattend verbod binnen Europa; dat streven weegt mee als adequaat instrument om de hoeveelheid pfas in het milieu te verminderen. De rechtbank benadrukte dat zij toetst aan de wet, maar niet voorschrijft welke beleidsmiddelen de overheid precies moet inzetten.
Tijdens de zitting erkenden beide partijen de gezondheidsrisico’s, maar de milieuclubs vonden nationale maatregelen noodzakelijker; de landsadvocaat stelde een verbod in Nederland zou “ontwrichtend” zijn. Onderwijl toont RIVM-onderzoek dat bijna alle Nederlanders pfas in het bloed hebben boven veilige grenzen, met hogere concentraties rond fabrieken zoals Chemours in Dordrecht en in de regio Westerschelde. Vis en schelpdieren daar bevatten zoveel pfas dat het RIVM consumptiebeperkingen adviseert (bijvoorbeeld zelf gevangen bot maximaal twee keer per jaar; voor zeebaars één tot zes keer per jaar).