Staat der Nederlanden misbruikt rechtspraak om Micha Kat murw te beuken
In dit artikel:
Journalist Micha Kat eist in hoger beroep 10 miljoen euro schadevergoeding van de Nederlandse Staat. Hij stelt dat een jarenlange reeks rechtszaken sinds 2004 zijn carrière en inkomen heeft verwoest en ernstige psychische schade heeft veroorzaakt. Centraal staat een passage uit zijn boek *Topadvocatuur* uit 2004, waarin hij schreef dat rechter Hans Westenberg in de Chipshol-zaak telefonisch contact had gehad met advocaten.
Westenberg ontkende dat en klaagde Kat, de geïnterviewde advocaat Hugo Smit en uitgever Memory Productions aan. De Raad voor de rechtspraak betaalde zijn proceskosten en gaf de landsadvocaat opdracht Kat te dagvaarden. Volgens Kats advocaat Olivier van Hardenbroek was dit een vroeg Nederlands voorbeeld van een SLAPP: een juridisch offensief waarmee financieel machtige partijen journalisten, activisten of klokkenluiders door hoge kosten en langdurige procedures proberen af te schrikken.
In 2009 stelde het gerechtshof Den Haag vast dat de telefoongesprekken waarover Kat had gepubliceerd wel degelijk hadden plaatsgevonden. Westenberg was inmiddels vervroegd met pensioen gegaan. In een afzonderlijke strafzaak werden Westenberg en voormalig rechter Pieter Kalbfleisch vervolgd wegens mogelijke meineed over hun onderlinge contacten in de Chipshol-zaak, maar beiden werden in 2013 vrijgesproken. Zij ontvingen later samen 600.000 euro schadevergoeding.
Kat bleef ondertussen verwikkeld in juridische procedures en werd in 2023 veroordeeld tot dertig maanden cel wegens uitingen die volgens justitie opruiend waren. Hij was in 2022 vanuit Ierland aan Nederland uitgeleverd en verbleef volgens het artikel onder een zwaar detentieregime. Kat en zijn advocaat menen dat het Openbaar Ministerie in de strafzaak een onjuist beeld heeft geschetst rond een steen die door een rechtbankraam was gegooid. Een betrokken officier zou dat tijdens de zitting hebben erkend. Het OM heeft verdere vragen over de zaak niet beantwoord. Een volgende strafzaak tegen Kat staat gepland voor januari 2027.
In latere civiele procedures kreeg Kat op meerdere punten gelijk. Het gerechtshof Den Bosch oordeelde in 2018 dat Westenberg onrechtmatig en met misbruik van procesrecht tegen hem had geprocedeerd. In 2025 stelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een Chipshol-procedure bovendien vast dat Westenberg partijdig was, volgens het artikel een uitzonderlijk oordeel. De Hoge Raad bekrachtigde uitspraken waarin ook de Staat aansprakelijk werd gehouden, omdat die had toegestaan dat Westenberg op kosten van de overheid procedeerde. Daarmee staat volgens Kats advocaat vast dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld. Westenberg verloor ook de zaak tegen Smit en moest ruim 1,4 miljoen euro betalen; de Raad voor de rechtspraak droeg die kosten.
De precieze schadevergoeding moet nog worden bepaald. De rechtbank Rotterdam wees Kats vordering eind 2025 grotendeels af, omdat hij zijn inkomensverlies en het verband met de onrechtmatige procedures onvoldoende zou hebben onderbouwd. Ook woog mee dat zijn eigen felle publieke uitlatingen mogelijk aan zijn reputatieschade hebben bijgedragen. Kat is tegen die uitspraak in hoger beroep gegaan. Zijn advocaat betoogt dat latere radicalisering en controversiële uitingen niet kunnen rechtvaardigen dat de Staat en Westenberg eerder misbruik van procesrecht maakten.
Kat voert zowel materiële als immateriële schade aan. Een rapport van onderzoeker Pieter Lakeman becijfert zijn inkomens- en opdrachtschade op ruim 1,13 miljoen euro; daarnaast claimt Kat psychische schade, door hem omschreven als PTSS. Het aantonen van gemiste opdrachten en een rechtstreeks verband tussen de procedures en zijn loopbaanverlies is volgens het artikel lastig, omdat opdrachtgevers daar zelden schriftelijk over verklaren en psychische klachten meerdere oorzaken kunnen hebben.
De zaak kent een grote financiële ongelijkheid. Kat procedeert met gesubsidieerde rechtsbijstand, terwijl de Staat de landsadvocaat inzet. Volgens Kats advocaat heeft de overheid tot nu toe ongeveer één miljoen euro aan de verschillende procedures besteed. De Raad voor de rechtspraak weigert het totale bedrag openbaar te maken. Zowel de Raad als het OM zeggen niet te willen reageren op volgens hen speculaties en persoonlijke verwijten. Van Hardenbroek vindt dat de Staat een serieuze schikking had moeten aanbieden in plaats van de schadeafwikkeling opnieuw jarenlang te laten voortduren.
Vandaag Inside: Shelly Sterk op de vingers getikt om decolleté: 'Wat zag jij eruit?!'