Staan Europese rechters een strenger migratiebeleid in de weg? De man die erover gaat wil er best over praten
In dit artikel:
Het debat over de rol van rechters in migratiezaken spitst zich toe op twee kampen: degenen die de jurisdictie van rechtbanken willen inperken en degenen die waarschuwen voor politieke inmenging in de rechterlijke onafhankelijkheid. Recent kreeg die discussie nieuw gewicht toen negen Europese premiers — onder anderen uit Denemarken, België, Italië en Oostenrijk — in een open brief het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bekritiseerden omdat het hun plannen om het migratiebeleid aan te scherpen zou frustreren.
Alain Berset, secretaris‑generaal van de Raad van Europa, bevindt zich tussen die polen. Zijn eerste reactie was dat een juridisch orgaan niet onder politieke druk moet staan, maar in Straatsburg koos hij ervoor de kritiek politiek te kanaliseren in plaats van haar te negeren. Berset zegt dat de zorgen van sommige regeringen legitiem zijn en dat het verstandiger is er een gecontroleerde, inclusieve politieke discussie van te maken binnen de Raad van Europa — de organisatie met 46 lidstaten die het EVRM bewaakt — dan het conflict te laten escaleren.
Half mei organiseren ministers uit die 46 landen in Chisinau een bijeenkomst die naar verwachting leidt tot een niet‑bindende politieke verklaring over de interpretatie van het EVRM. Die verklaring zal waarschijnlijk rechters eraan herinneren meer ruimte toe te kennen aan nationale regeringen bij het vormgeven van migratiebeleid; hoewel niet wettelijk bindend, kan zo’n tekst wel invloed hebben op toekomstige rechterlijke uitspraken.
Berset benadrukt dat hij de onafhankelijkheid van de rechters wil beschermen en dat politieke antwoorden niet aan het Hof mogen worden overgelaten. Tegelijk wijst hij erop dat de benoeming van rechters al een politiek proces is: lidstaten dragen kandidaten voor en de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa kiest uiteindelijk. Lidstaten mogen dus politiek gemotiveerde voorkeuren hebben, maar dat ontslaat hen niet van verantwoording jegens de samenleving en oppositie.
Om relativeert Berset de omvang van het probleem: van de meer dan 430.000 zaken die het Hof de afgelopen tien jaar behandelde, betroffen circa 450 zaken migratie, ongeveer één op de duizend. Hij waarschuwt dat het EVRM niet de grote blokkade is die sommige regeringen schetsen. Als voorbeeld haalt hij Zwitserland aan, waar een wetsbepaling over uitzetting van criminele vreemdelingen na een volksstemming zonder botsing met het EVRM ingevoerd en gehandhaafd is.
Berset plaatst het alles in historisch perspectief: het EVRM ontstond in 1950 juist om moeilijke, politiek beladen kwesties met tegenstanders te kunnen bespreken en te overleven. Zijn aanpak is erop gericht de onrust te kanaliseren door het debat waar het thuishoort — in de politieke arena van de Raad van Europa — te voeren, terwijl hij tegelijk de rechterlijke onafhankelijkheid bewaakt en oproept tot een zuivere, niet‑persoonlijke discussie over de grenzen tussen politiek en recht.