Staakt-het-vuren? Iran laat schepen miljoenen betalen voor toegang tot Straat van Hormuz
In dit artikel:
De Straat van Hormuz is formeel weer open, maar onder strikte en kostbare voorwaarden van Iran. Schepen mogen alleen passeren na vooraf aanmelden en worden gecontroleerd door Iraanse strijdkrachten op eventuele banden met de VS of Israël; als zij door mogen varen volgt een heffing van 2 miljoen dollar per passage. De doorgang wordt nauwlettend bewaakt en gedeeltelijk gecontroleerd door militairen waaronder mogelijk de Islamitische Revolutionaire Garde, wat vragen oproept over de juridische houdbaarheid binnen bestaande sanctieregimes.
De heropening maakt deel uit van een staakt-het-vuren met de Verenigde Staten, maar in de praktijk geldt voorlopig slechts een fractie van het vroegere verkeer: waar vóór de crisis circa 140 schepen per dag de Straat passeerden, lijkt dat nu te dalen naar ongeveer 15. Die ingeperkte capaciteit creëert schaarste en kan bevoorradingsketens onder druk zetten; welke schepen prioriteit krijgen (bijvoorbeeld olietankers) is nog onduidelijk.
Rederijen en verzekeraars staan voor lastige keuzes. Verzekeraars moeten bepalen welke risico’s acceptabel zijn en hoe polissen zich verhouden tot transacties waarbij Iraanse militaire instanties betrokken zijn. Deze juridische en commerciële onduidelijkheden zorgen voor vertragingen en maken een snelle normalisatie onwaarschijnlijk. Daarnaast stuurt Iran sommige schepen via alternatieve trajecten langs de eigen kust, wat afwijkt van gangbare vaarwegen en extra operationele risico’s kan inhouden.
Kortom: de Straat van Hormuz is geopend, maar niet vrij. Hoge tol, strenge controles, beperkte doorvoer en onzekerheden rond sanctiewetgeving maken de herstart fragiel en houden de mondiale handel afhankelijk van de voorwaarden die Iran blijft stellen.