Sport en bewegen voor mensen die doof of slechthorend zijn
In dit artikel:
Naar schatting heeft 3,8 procent van de Nederlanders gehoorverlies. De mate daarvan verschilt sterk: iemand kan licht tot ernstig slechthorend zijn of doof zijn. Het verlies kan aangeboren zijn, plotseling ontstaan of geleidelijk toenemen, bijvoorbeeld door ouderdom, langdurige blootstelling aan lawaai of een ontsteking. Ook het gebruik van hulpmiddelen en de voorkeur voor gesproken taal, spraakafzien, schrijven of Nederlandse Gebarentaal (NGT) verschillen per persoon.
Mensen met gehoorverlies sporten duidelijk minder vaak dan mensen zonder beperking. Ongeveer 29 procent van de mensen met gehoorverlies van 12 jaar en ouder sport wekelijks, tegenover 58 procent van de algemene bevolking. Zij voldoen ook minder vaak aan de beweegrichtlijnen en zijn minder vaak lid van een sportvereniging: 13 tegenover 25 procent. Fitness, hardlopen, fietsen en zwemmen zijn relatief populair, mede omdat gesproken communicatie daar vaak minder centraal staat.
De meeste dove en slechthorende sporters kiezen voor het reguliere sportaanbod, dat meestal dichtbij is en veel keuze biedt. Daar kunnen zij echter tegen drempels aanlopen, zoals onduidelijke mondelinge uitleg, weinig visuele communicatie en het gevoel niet volledig bij de groep te horen. Anderen kiezen bewust voor een doventeam of een dovencompetitie, waar visuele communicatie vanzelfsprekend is en ontmoeting met de dovengemeenschap belangrijk kan zijn. Het aanbod daarvan is in Nederland wel beperkt. Voor dove topsporters bestaan daarnaast internationale evenementen zoals de Deaflympics.
De grootste obstakels zijn vaak sociaal en niet direct zichtbaar. In teamsporten is praten meestal de norm, waardoor sporters informatie, aanwijzingen of sociale contacten kunnen missen. Dat kan leiden tot misverstanden en uitsluiting. Ook de trainer of coach bepaalt in belangrijke mate hoe communicatie verloopt en wie goed kan meedoen. Medespelers spelen eveneens een belangrijke rol, al is het voor vooral kinderen en jongeren niet altijd gemakkelijk om steeds om aanpassingen te vragen. Slechthorende sporters bewegen bovendien vaak tussen de horende en dove wereld en kunnen daardoor moeilijker een passende plek vinden.
Ook de inrichting van een sportlocatie kan deelname bemoeilijken. Slechte akoestiek, galm, weinig licht en onoverzichtelijke ruimtes maken het lastiger om gebaren, mimiek en andere visuele signalen te zien. Bij sporten waarbij gehoorapparaten of cochleaire implantaten niet kunnen worden gedragen, is visuele communicatie extra belangrijk. Een gebarentolk is bovendien niet altijd praktisch tijdens snelle spelsituaties.
Trainers, buurtsportcoaches, verenigingen en beleidsmakers kunnen met relatief eenvoudige maatregelen helpen. Zorg dat een sporter de spreker goed kan zien, geef uitleg visueel en doe iets pas voor nadat de instructie duidelijk is. Maak binnen het team afspraken over communicatie en zorg voor een gastvrije houding. Initiatieven zoals Ongehoord Sportief werken samen met sportbonden, gemeenten en verenigingen aan een toegankelijker aanbod. Als communicatie en organisatie beter aansluiten, kunnen meer dove en slechthorende mensen niet alleen sporten, maar zich ook volwaardig onderdeel van een team voelen.
Vandaag Inside: Vandaag Inside-tafel bespreekt échte reden achter vertrek Gerard Joling bij De Toppers