Spoedarts Ignace Demeyer na treinramp in Spanje: "Mensen overschatten paniek, maar onderschatten de mentale impact"
In dit artikel:
Spoedarts Ignace Demeyer, die medische leiding gaf bij de treinrampen in Buizingen (2010) en Wetteren (2013), legt uit hoe hulpverleners reageren op een grootschalige ramp zoals de recente treinbotsing in Spanje. In de eerste minuten overheerst vaak chaos en worden het aantal slachtoffers en doden geregeld overschat. De eerste MUG-arts moet daarom niet meteen één patiënt behandelen, maar eerst de omvang van de ramp inschatten, de gewonden lokaliseren en mee bepalen waar het operationele hoofdkwartier komt.
Daarna worden slachtoffers via triage volgens de ernst van hun verwondingen behandeld. Daarbij zijn stille slachtoffers soms kritieker dan mensen die luid om hulp roepen. De evacuatie uit vernielde treinwagons kan bijzonder moeilijk zijn: in Buizingen moesten gewonden over meer dan 500 meter naar het station van Halle worden gedragen. Elke brancard vergde ongeveer zes dragers. Een nationale coördinatie is daarom noodzakelijk om voldoende personeel en materieel in te zetten.
Ook de spreiding van gewonden over ziekenhuizen moet vooraf worden georganiseerd. Als alle ambulances naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis rijden, ontstaat daar een nieuwe overbelasting. Dodelijke slachtoffers worden bij voorkeur op één bewaakte locatie samengebracht, bijvoorbeeld in een tijdelijk mortuarium. In Buizingen werden daarvoor gekoelde vrachtwagens van de haven van Antwerpen ingezet. Zo konden identificatie en forensisch onderzoek beter worden georganiseerd dan na de aanslagen van 22 maart 2016, toen stoffelijke resten over verschillende ziekenhuizen waren verspreid.
Demeyer benadrukt daarnaast de zware mentale belasting voor hulpverleners. Lange tijd was er nauwelijks aandacht voor psychologische nazorg na reanimaties, sterfgevallen of confrontaties met verminkte lichamen en overleden kinderen. Na de steekpartij in kinderdagverblijf Fabeltjesland in 2009 veranderde dat volgens hem. Psychologische ondersteuning maakt inmiddels verplicht deel uit van het rampenprotocol. Ook brandweerlieden en andere hulpverleners moeten hun ervaringen kunnen verwerken; stoer volhouden zonder hulp vergroot volgens Demeyer juist het risico op problemen.
Een ramp eindigt bovendien niet wanneer de laatste ambulance vertrekt. De coördinatie na het chemische treinongeval in Wetteren duurde drie weken. In Spanje volgen nog het bergen en identificeren van slachtoffers, het verzamelen van persoonlijke bezittingen en het forensische onderzoek naar de wrakstukken. Dat proces is extra complex wanneer lichamen zwaar verminkt zijn of lichaamsdelen afzonderlijk moeten worden geïdentificeerd.
Tot slot waarschuwt Demeyer voor politieke inmenging tijdens crisissen. Bestuurders willen volgens hem soms snel inwoners naar huis sturen of beslissen vanuit electorale motieven, terwijl veiligheid en een neutrale totaalbeoordeling voorop moeten staan. Hij pleit daarom voor een verplichte opleiding rampenmanagement voor burgemeesters, zoals in Groot-Brittannië. Rampenplannen zijn volgens hem belangrijk als leidraad, maar elke situatie is anders. Opleiding, ervaring en gezond verstand bepalen uiteindelijk of hulpverleners de chaos kunnen beheersen.
Vandaag Inside: René van der Gijp hekelt uitspraken Jesse Klaver over Quote 500-rijken: 'Waar ben je nou mee bezig?'