Spilfiguren in wereldwijde dividendfraude veroordeeld voor oplichten Belgische staat

vrijdag, 8 mei 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Twee Amerikaanse fiscalisten zijn door het Brusselse hof van beroep schuldig bevonden aan het vervalsen van dividenddocumenten om belastingen terug te vorderen en zijn veroordeeld tot strafrechtelijke en financiële sancties. Het gaat om Matthew S. (58) en Jerôme L. (52). Volgens het arrest, dat Follow the Money en De Tijd mochten inzien, fabriceerden zij bewijs dat zij dividenden hadden ontvangen op Belgische aandelen terwijl ze nooit aandeelhouder waren geweest, zodat ze onterecht ingehouden roerende voorheffing konden terugvorderen.

De heren werkten vanaf de jaren rond 2000 bij KPMG in New York en bouwden daarna samen een netwerk op via ondernemingen als Argre Management en later Maple Point. Met de overname van de Duitse North Channel Bank en de controle over meerdere speciaal opgezette Amerikaanse pensioenfondsen organiseerden ze de transacties waarmee de fraude werd uitgevoerd. Volgens het hof fungeerden die pensioenfondsen als de spil van het fraudesysteem; S. en L. richtten die op, beheerden ze en brachten ze als klanten aan bij de bank.

De zaak maakt deel uit van de grotere cum‑ex-affaire: een reeks belastingteruggaveconstructies die volgens het internationale onderzoekscollectief The CumEx Files twaalf landen ongeveer 150 miljard euro zouden hebben gekost. In Denemarken kwam de verdenking al in 2015 aan het licht; S., L. en een medeverdachte schikten daar in 2019 voor circa 214 miljoen euro, maar werden later ook strafrechtelijk vervolgd. Het Belgische onderzoek begon in 2016; België stelde een schade van ongeveer 23 miljoen euro vast.

Het Brusselse hof kwalificeerde het handelen van S. en L. als leiderschap binnen een criminele organisatie en veroordeelde hen voor valsheid in geschrifte en oplichting. Ze kregen elk twee jaar gevangenisstraf (niet onmiddellijk uit te zitten), een beroepsverbod, een geldboete van 300.000 euro en moeten samen 13,3 miljoen euro plus rente aan de Belgische staat terugbetalen. Twee andere beklaagden — een vader en zoon die aanvankelijk waren veroordeeld — werden in hoger beroep vrijgesproken omdat niet vast te stellen viel dat zij wisten dat er geen echte aandelenposities waren.

S. en L. houden vol dat hun handelsmodel neerkwam op legale dividendarbitrage en hebben het arrest aangevochten bij het Hof van Cassatie. Hun verdediging en het Belgisch Openbaar Ministerie geven geen commentaar zolang die procedure loopt. Ondertussen staat voor hetzelfde tweetal binnenkort een strafzaak in Denemarken gepland.