Speelgoedmuseum in Brussel houdt grote uitverkoop: van houten vliegtuigen tot tinnen soldaatjes
In dit artikel:
Het Speelgoedmuseum in Brussel-Stad, ooit opgericht rond de verzameling van André Raemdonck en gehuisvest in een pand van de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof) in de Verenigingsstraat, is sinds de coronaperiode gesloten en organiseert nu een grote uitverkoop omdat het gebouw leeggemaakt moet worden. Raemdoncks privécollectie, die het museum meer dan 35 jaar geleden op de kaart zette en jaarlijks zo’n 25.000 bezoekers trok, bleef na zijn overlijden in de familie; in 2020 keerde Cocof de subsidie de rug toe vanwege de slechte staat van het gebouw.
De familie kreeg opdracht de volledige collectie tegen oktober vorig jaar te verwijderen, maar de vier verdiepingen met houten vliegtuigjes, tinnen soldaatjes, decors en maquettes staan nog vrijwel vol. Om meer tijd te winnen en spullen te verkopen, benaderden ze verzamelaars, antiquairs en musea; enkele pronkstukken zijn al van eigenaar verwisseld, maar veel blijf beschikbaar. Axelle Raemdonck meldt dat de belangstelling de laatste dagen explosief is toegenomen: “Gisteren kreeg ik ruim 500 telefoontjes van mensen die willen langskomen. Ze komen zelfs uit Duitsland en Engeland.”
De situatie illustreert hoe kleine, op particuliere collecties gebaseerde musea kwetsbaar zijn voor gebouwproblemen en subsidiestops, en werpt vragen op over de toekomst van zulke verzamelingen: tijdelijk onderbrengen bij andere instellingen, openbare veilingen of behoud door particuliere kopers.