Sparta-doelman Joël Drommel wil meedogenloos zijn: 'Ze moeten gewoon bang van je worden'
In dit artikel:
Joël Drommel (29), dit seizoen op huurbasis bij Sparta Rotterdam vanuit PSV, is uitgegroeid tot een van de beste keepers van de Eredivisie. Sinds zijn komst naar Nieuw Terbregge oogt hij puur en geconcentreerd: vaste wedstrijdroutines, speciale warming-ups met de reservespelers en ademhalingsoefeningen van een privétrainer. De avond voor een duel eet hij altijd pasta pesto met kip, een simpele gewoonte die hij inmiddels als ‘toverdrank’ beschouwt. Op de wedstrijdochtend speelt hij met zijn anderhalfjarige zoon, haalt samen koffie en herhaalt vlak voor de aftrap in z’n hoofd dat hij “ready” is en de “baas van de zestien” zal zijn.
Sportief levert die routine resultaat op. In 21 optredens heeft Drommel 95 reddingen verricht (alleen Kayne van Oevelen van FC Volendam scoorde in absolute aantallen hoger) en hij heeft met ruime voorsprong het hoogste reddingspercentage in de competitie. Opvallend is vooral dat hij negenmaal zijn doel schoon hield, waarvan vier keer in de laatste vijf wedstrijden — een belangrijke factor nu Sparta vaak met minimaal verschil wint. Opta-data laat zien dat Sparta veel kansen weggeeft (128), en Drommel’s vorm compenseert die kwetsbaarheid: tegen FC Utrecht, NAC en FC Groningen hield hij cruciale reddingen die direct bijdroegen aan puntenwinst. Sparta staat inmiddels op een onverwacht hoge vijfde plaats.
Drommels loopbaan kent pieken en dalen. Oorspronkelijk veldspeler bij Almere City, schakelde hij op veertienjarige leeftijd om naar keeper. Vader Piet-Jan, zelf een voormalig keeper, begeleidde hem met privétrainingen en zorgde dat hij opviel bij FC Twente; daar debuteerde Drommel op 18-jarige leeftijd in het eerste elftal tegen Ajax. Na een vliegende start volgden ook moeilijke periodes: wisselvalligheid leidde tot bankzittersbestaan, degradatie met Twente en later soortgelijke kritiek bij PSV. Zijn transfer naar PSV medio 2021 was voor een destijds recordbedrag voor een Nederlandse doelman (naar verluidt circa 3,5 miljoen euro), maar bij PSV strandde hij meerdere keren als tweede keuze achter collega’s als Yvon Mvogo en Walter Benítez. Dat leverde frustratie op — veel trainen, weinig spelen — maar ook ervaring.
Die ervaringen hebben hem veranderd. Drommel zegt dat zijn spel vooral mentaal en qua leiderschap groeide: beter positie kiezen, situaties lezen en het team aansturen. Waar hij vroeger rustig was en soms onzeker na fouten, kan hij die tegenslagen nu sneller relativeren. Vaderlijke wijsheid en kritiek hebben hem weerbaar gemaakt; hij erkent dat die vroege dalen hem sterker maakten. Daarnaast heeft het vaderschap veel voor hem veranderd: de geboorte van zijn zoontje Luca gaf hem “innerlijke rust” en perspectief — thuis verdwijnen sportzorgen zodra het kind blij op hem afrent.
Drommel is realistisch over zijn toekomst: spelen is voor hem leidend en de verhuur naar Sparta bood de kans tot wedstrijderroutine en zelfvertrouwen. Hij koestert doelen — zoals meer clean sheets en mogelijk clubrecords — maar blijft nuchter over het professionele plaatje: bij een topclub als PSV is veel georganiseerd, maar wie veel speelt ontwikkelt zich het best. Voor Sparta is hij op dit moment onmisbaar; zijn vorm en mentale groei maken het verschil in wedstrijden die vaak op één of twee momenten beslist worden.