Spanning op Bonaire en in Den Haag: komt rechter weer met 'klimaatopdracht'?
In dit artikel:
Vandaag om 14.00 uur doet de rechtbank in Den Haag uitspraak in een zaak van Greenpeace tegen de Nederlandse staat over de bescherming van Bonaire tegen klimaatverandering. Greenpeace eist dat Nederland het Caribische bijzondere gemeentegedeelte steviger beschermt tegen zeespiegelstijging en opwarming van de zee, én veel sneller zijn CO2-uitstoot terugbrengt. Een groep Bonairianen steunt de eis; zij zien koraal verdwijnen, toerisme en inkomsten afnemen en toenemende kwetsbaarheid voor overstromingen en armoede.
De claim heeft twee pijlers: adaptatie (maatregelen op Bonaire zelf om inwoners en infrastructuur te beschermen) en mitigatie (snelle reductie van Nederlandse broeikasgassen). Greenpeace vindt dat Nederland, hoewel klein qua wereldwijde emissies, een oneerlijk groot cumulatief aandeel heeft uitgestoten en daarom snel naar nul moet: bij voorkeur in 2030, anders uiterlijk rond 2040. Zo’n versnelde afbouw zou ingrijpende gevolgen hebben voor de Nederlandse economie en beleid.
Juridisch is de zaak bijzonder omdat rechters zelden worden gevraagd om adaptatieverplichtingen op te leggen; "Voor klimaatjuristen is dit een heel interessante zaak", zegt Laura Burgers van de Universiteit van Amsterdam. De uitspraak volgt ook op eerdere precedenten waarin Nederlandse rechters beleid aanscherpten: de Urgenda-uitspraak (2020-reductieverplichting) en diverse stikstofzaken. Vorig jaar legde een rechter Greenpeace zelfs een dwangsom op de Nederlandse staat in een stikstofzaak, wat aantoont dat rechtbanken soms dwingende maatregelen opleggen.
Internationaal speelt het recente advies van het Internationaal Gerechtshof mee, waarin landen worden aangespoord alles te doen om opwarming tot 1,5°C te beperken. De Nederlandse rechtbank moet nu bepalen welk aandeel van de mondiale taak Nederland redelijkerwijs moet dragen en of dat zich laat vertalen in concrete jaardoelen of verplichtingen.
Als de rechter Greenpeace in het gelijk stelt, kan dat leiden tot aanzienlijke investeringen in beschermingsmaatregelen op Bonaire en flinke versnelling van het Nederlandse klimaatbeleid; een uitspraak tegen Greenpeace zou de huidige plannen van de staat bevestigen. De uitspraak zal dus zowel lokaal effect hebben voor Bonairianen als nationaal juridische en politieke consequenties opleveren.