Spanje heeft de migranten hard nodig
In dit artikel:
In Spanje ontstond felle discussie toen premier Pedro Sánchez een grootschalige regularisatie aankondigde voor ongeveer een half miljoen ongedocumenteer-den. De conservatieve leider Núñez Feijóo probeerde het plan neer te zetten als stemkoperij, maar zijn bewering dat Sánchez “stembiljetten” uitdeelt mist feitelijke basis: niet-ingezetenen mogen op nationaal niveau niet stemmen (hooguit op termijn bij lokale verkiezingen).
Hardere tegenstand kwam van extreem-rechtspartij Vox en leider Santiago Abascal, die de maatregel als een bedreiging voor “het Spaanse volk” bestempelde en oproept tot repatriëring. Die taal leverde weer extra electorale symboolpolitiek op, vooral nadat Vox in de regionale verkiezingen in Aragón terrein won.
Wat veel commentatoren over het hoofd zien, is dat belangrijke maatschappelijke spelers — waaronder de katholieke kerk en werkgeversorganisaties — juist pleitten voor legalisering van arbeidsmigranten. Die steun weerspiegelt dat veel sectoren (toerisme, horeca, landbouw, zorg, bouw, transport) sterk afhankelijk zijn van migrantenarbeid. Hoogleraar Juan Sisinio Pérez vat het kernpunt samen: “We hebben deze mensen hard nodig.”
Het kabinet-Sánchez speelt hiermee in op economische realiteit en maatschappelijke druk, maar de communicatie hierover schiet vaak tekort. Het resultaat is een paradox: brede steun voor regularisatie naast groeiende zorgen en xenofobe sentimenten in delen van de bevolking — een voedingsbodem waar politieke tegenstanders en media vaak scherpe, simplistische frames voor vinden.