Spanje boos om Merz' zwijgen in Oval Office, Europese eenheid onder druk
In dit artikel:
Tijdens zijn werkbezoek aan het Witte Huis afgelopen dinsdag koos de Duitse bondskanselier Friedrich Merz ervoor niet publiekelijk afstand te nemen van president Donald Trump toen die Spanje hard aanviel vanwege de kritische houding van premier Pedro Sánchez. Trump stelde in het Oval Office dat "Spanje is verschrikkelijk geweest" en dreigde handel met Spanje te stoppen, nadat Sánchez zich fel had verzet tegen Amerikaanse-Israëlische acties tegen Iran en had gezegd dat Amerikaanse troepen de Spaanse bases niet voor zulke operaties mogen gebruiken. Sánchez had zich eerder ook tegen Trumps eis verzet dat NAVO-leden ten minste 2–5 procent van hun bbp aan defensie zouden uitgeven.
Merz reageerde naast Trump weinig — en bevestigde later tegenover Duitse media dat hij Trump achter gesloten deuren had gezegd dat individuele strafmaatregelen tegen Spanje niet mogelijk zijn omdat Spanje deel uitmaakt van de EU en handel gezamenlijk wordt geregeld. Die poging tot diplomatie achter de schermen viel in Madrid slecht: de Spaanse regering had juist steun van Duitsland verwacht en sprak verbolgen over het gebrek aan Europese samenhang, waarbij werd opgemerkt dat een andere toon te verwachten zou zijn geweest van eerdere bondskanseliers als Angela Merkel of Olaf Scholz.
De kwestie zet Merz’ strategie op scherp: openlijk de Amerikaanse relatie niet beschadigen om in privégesprekken handels- en veiligheidszaken te bespreken, maar daarmee lijkt hij aan geloofwaardigheid in Europa in te boeten. Na het bezoek kon Merz geen duidelijkheid geven over extra steun aan Oekraïne of over importheffingen die Europese bedrijven zorgen baren. Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken probeert inmiddels de diplomatieke schade te herstellen met de boodschap dat Europese landen zich niet zullen laten tegen elkaar uitspelen.
Pedro Sánchez gebruikt de confrontatie om zich als principiële, vernieuwende leider in Europa te profileren. In zijn reactie beklemtoonde hij diplomatie boven militaire escalatie en verwees hij naar de Irakoorlog van 2003 als waarschuwing voor de gevolgen van militaire interventies; hij riep herhaaldelijk "No a la guerra" — nee tegen oorlog — en hoopt dat meer landen zijn koers volgen. Voor Merz rest de vraag of zijn pragmatische koers richting Washington op de langere termijn meer oplevert dan het verlies aan Europese morele rugdekking.