Spaanse coupplegers noemden koning 'doelwit dat uitgeschakeld moest worden'
In dit artikel:
De vrijgave van 167 geheime documenten rond de mislukte staatsgreep van 23 februari 1981 maakt duidelijk dat koning Juan Carlos I geen voorkennis had van de couppoging. De papieren — waaronder telefoontaps, plannen van de coupplegers en onderzoeksrapporten — zijn online gezet omdat de wettelijke geheimhoudingstermijn is verlopen, na toenemende druk van historici en journalisten.
Tegelijk viel op diezelfde dag het overlijden van Antonio Tejero, de 93-jarige leider van de aanval op het parlement; hij was een van de laatste nog levende hoofdrolspelers en zat eerder tot dertig jaar gevangenisstraf veroordeeld. Onder de vrijgegeven stukken zit een handgeschreven analyse van de coupplegers waarin zij hun mislukkingen toeschrijven aan het “vrij spel” dat de Bourbon-monarchie kreeg — daarmee doelen zij op Juan Carlos, die zij kennelijk als neutraal te maken tegenstander zagen.
De documenten schetsen een gedetailleerder beeld van de uren tijdens en na de coup: zes geheime agenten bleken heimelijk betrokken en er bestond serieus beraad over een politie-inval in het parlement, met een potentiële hoge slachtofferaantal (80–110). Ook bevat de collectie een brief van toenmalig president Reagan waarin hij Juan Carlos prijst voor zijn rol bij het verdedigen van de democratie.
Met de openbaarmaking en het overlijden van Tejero lijkt een symbolisch hoofdstuk in de Spaanse overgang naar democratie afgerond, al zullen twijfels en complottheorieën mogelijk blijven bestaan.