Sony aangeklaagd vanwege hoge 'monopolieprijzen' en downloadkosten in de PlayStation Store
In dit artikel:
In het Verenigd Koninkrijk loopt een collectieve rechtszaak van naar schatting 2,7 miljard dollar tegen Sony, die recent door het Competition Appeal Tribunal (CAT) in Londen is behandeld. Advocaten van ruim 12 miljoen PlayStation-gebruikers stellen dat Sony misbruik maakt van een monopoliepositie door digitale games en in‑game content uitsluitend via de PlayStation Store te laten verkopen, waardoor consumenten “oneerlijke downloadkosten” zouden betalen en concurrentie wordt geblokkeerd. Volgens de eisers leidt die controle ertoe dat digitale versies soms duurder zijn dan fysieke exemplaren.
Sony verzet zich en zegt dat het toelaten van derden tot de verkoop van PlayStation-content veiligheids‑ en privacyrisico’s voor gebruikers met zich meebrengt. Verder voert het bedrijf aan dat de commissies die het ontvangt nodig zijn om de kosten van de consoles te compenseren; de lage winstmarges op de PlayStation 5 worden daarbij genoemd.
Als de zaak slaagt, kunnen consumenten die de afgelopen tien jaar via de PlayStation Store hebben gekocht in aanmerking komen voor schadeloosstelling; het juridische team schat dat elke getroffen gebruiker ruim 200 dollar zou kunnen ontvangen. De procedure past in een bredere wereldwijde trend waarbij grote techbedrijven — zoals Apple en Steam — worden aangeklaagd of geconfronteerd met regelgeving over dominante digitale winkels en commissiepraktijken. CAT heeft eerder al tegen Apple geoordeeld en recentelijk ruimte gemaakt voor een soortgelijke zaak tegen het pc-platform Steam.