'Sonja vond Theo een antisemiet. Daar was ze niet van af te brengen' - Theodor Holman

woensdag, 15 april 2026 (06:15) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

De schrijver worstelt met het idee om zich uit de politiek terug te trekken omdat politieke meningen persoonlijke relaties schijnen te beschadigen. Hij ervaart dat wie positief schrijft over Israël of over Trump zich vervreemdt van vrienden en collega’s, en dat zijn politieke standpunten hem erkenning als auteur kunnen kosten. Toch weigert hij zich stil te houden: hij ziet erkenning als een vluchtige, beïnvloedbare waardering en beroept zich op persoonlijke overtuiging en standvastigheid — hij noemt het herhaaldelijk vasthouden aan zijn positie, ongeacht maatschappelijke druk.

In zijn overwegingen schetst hij zijn politieke contouren: tegen terrorisme en dus niet pro-Hamas; pro-Israël uit solidariteit met de underdog; en een voorkeur voor Amerikaanse en Israëlische druk op Iran omdat hij dat regime als fascistisch en existentiële bedreiging voor Israël ziet. Hij haalt actuele feiten aan — volgens een gezamenlijke rapportage van mensenrechtenorganisaties executeerde Iran in 2025 zeker 1.639 mensen (tegen 975 in 2024), met veel gevangenen van protesten — en gebruikt die cijfers om zijn verontwaardiging over het Iraanse beleid te onderbouwen. Tegelijk stoort het hem dat Trump soms zwaarder wordt veroordeeld dan regimes als dat van Iran.

Tegelijk met deze politieke reflecties meldt hij de recente dood van Sonja Barend en beschrijft een persoonlijk geheugen: rond 1995 dronk hij koffie met haar bij café De Joffers. Het gesprek, niet bedoeld als interview, ging mede over Theo van Gogh; Barend bleef overtuigd van diens antisemitisme. De schrijver verwijst terzijde naar literatuur over Van Gogh voor details.

De tekst combineert persoonlijke anekdote met een verdediging van controversiële politieke standpunten, en toont een schrijver die liever consequent is dan populair, terwijl hij zich tegelijk bewust is van de sociale prijs van die onbuigzaamheid.