Soms wat 'felle' oud-RIVM-baas Van Dissel krijgt ongerichte vragen en laat zich niet berispen: 'Dit punt is veel ingewikkelder dan u denkt'
In dit artikel:
Vrijdag verscheen Jaap van Dissel, voormalig voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT) en directeur van het Centrum voor Infectieziektebestrijding van het RIVM, voor de parlementaire enquêtecommissie die het Nederlandse coronobeleid onderzoekt. Tijdens een ruim drie uur durend verhoor verdedigde hij steeds dat veel beslissingen tijdens de eerste fase van de pandemie, gegeven de toen beschikbare kennis en middelen, redelijk waren. De commissie probeerde meerdere thema’s te verkennen — onderschatting van het virus, de rol van carnaval, restrictieve testrichtlijnen en de macht van het OMT — maar volgens Van Dissel vielen veel vragen te algemeen, waardoor hij uitgebreid kon uitleggen waarom veel kritiek op verkeerde aannames was gebaseerd.
Een terugkerend twistpunt was testen. De commissie wees op strenge testrichtlijnen in maart 2020 waardoor veel zieke mensen niet getest werden en het virus ongemerkt kon circuleren. Van Dissel stelde dat in de praktijk in ziekenhuizen breder getest werd, maar voerde ook aan dat massaal testen zonder voldoende materiaal, testlocaties en bron- en contactonderzoek weinig effect zou hebben — een argument dat hij plaatste bij haalbaarheid en politiek in plaats van zuivere volksgezondheidsoverwegingen.
Ook het moment waarop duidelijk werd dat het virus wijdverbreid was, leidde tot vragen. Na de bevindingen van OMT-lid Jan Kluytmans over besmettingen in het Amphia-ziekenhuis (begin maart 2020) concludeerde Van Dissel te hebben gedacht: “Dit kunnen we nooit meer indammen.” Vanaf dat inzicht richtte het beleid zich op het afvlakken van de curve en het beschermen van de ic-capaciteit; het kabinet kondigde maatregelen acht dagen later aan. Van Dissel stelde dat eerder ingrijpen ook nadelen kan hebben — te vroege of te strenge maatregelen kunnen vertrouwen en naleving schaden en vragen om voortdurende herhaling bij iedere versoepeling.
Hij gaf toe dat het OMT sterk vertrouwde op WHO-gegevens en dat men kritischer had moeten zijn tegenover signalen uit andere bronnen, zoals mediarapporten uit China en vroege wetenschappelijke studies over asymptomatische transmissie. Ook noemde hij de positie van het OMT kwetsbaar doordat beleidsmakers advies zwaar lieten meewegen en het OMT daardoor vaak het gezicht van impopulaire besluiten werd.
Van Dissel benadrukte zijn betrokkenheid en passie voor het onderwerp — hij zei soms fel en gepassioneerd over te komen — en wordt binnenkort opnieuw gehoord over onderwerpen als mondkapjes, avondklok en het coronatoegangsbewijs.