Soldaten schetsen voor een zakcentje na de oorlog vormde Henk Zweerus tot een nieuwe, moderne beeldhouwkunst
In dit artikel:
Henk Zweerus (1920-2005) behoorde tot de kunstenaars die de Amsterdamse openbare ruimte na de oorlog een moderner aanzien gaven. Zijn Horizontale compositie uit 1958 was een van de eerste abstracte buitenbeelden in de stad, maar kreeg destijds veel kritiek. Krantenlezers vergeleken het werk onder meer met een apenrots en een chaotische verzameling hakenkruizen.
Dat Zweerus daarna opnieuw opdrachten in Amsterdam kreeg, was mede te danken aan Jakoba Mulder. Als eerste vrouwelijke stedenbouwkundige van Nederland speelde zij een belangrijke rol bij de wederopbouw van wijken als Slotermeer en Osdorp. Daarnaast maakte zij deel uit van een commissie die beeldhouwers selecteerde voor kunstwerken in de openbare ruimte. Naast populaire, figuratieve voorstellingen, zoals Hans IJdo’s Worstelaars, was er ook plaats voor experimentele abstracte kunst.
Zweerus ontwikkelde zijn ideeën in een naoorlogs kunstklimaat waarin het modernisme doorbrak. Hij werkte onder anderen samen met Constant en raakte bevriend met abstracte kunstenaars als Pearl Perlmuter en Wessel Couzijn. In Amsterdam zijn nog drie werken van hem te zien. Naast een gevelplastiek in Osdorp en de Horizontale compositie is dat Verticale compositie.
Dit beeld bestaat uit op elkaar gestapelde kubussen van verschillende afmetingen en is gemaakt van sierbeton, dat in mallen werd gegoten. Daarmee week Zweerus af van de traditionele steenhouwtechniek die hij voor zijn horizontale werk gebruikte. De verticale vorm oogt strenger en benadrukt een opwaartse beweging. De waardering voor zulke hoekige abstractie is inmiddels veranderd: wat ooit weerstand opriep, geldt nu als een herkenbaar onderdeel van de Amsterdamse kunstgeschiedenis.
Vandaag Inside: Johan Derksen enthousiast over The Tribute: Battle of the Bands: 'De leukste van al die talentshows'