'Soldaat, heb jij morgenavond tijd?': hoe de diefstal van 1400 kilo cocaïne tot een reeks aanslagen leidde waarbij uitvoerders voor niets werkten
In dit artikel:
Op 29 augustus 2024 werd net over de grens in België een vrachtwagen met 1.400 kilo cocaïne door nepagenten gestopt; de partij—met een straatwaarde van tientallen miljoenen—verdween daarna in een keten van diefstal en wraakacties die in het hele land aanslagen en ontvoeringen veroorzaakten. Justitie in de regio Den Haag heeft in tien afzonderlijke strafdossiers 32 verdachten vervolgd: niet alleen schutters en bommenleggers, maar ook geweldsmakelaars en mensen die bij de distributie van de gestolen partij betrokken waren.
De partij drugs kwam eerst terecht in Oud-Gastel en werd later (onder andere) opgeslagen in een loods van slijterij Bruyntje Beer in Ter Aar, verpakt alsof het wijn was. Op 10 oktober 2024 hebben drie mannen die partij uit die loods gestolen; beelden tonen ze met een steekwagen. Een medewerker van de slijterij had de lading eerder gezien en werd van die ontdekking beschuldigd. Hij werd vervolgens ontvoerd en ernstig bedreigd; één dader (Joshua P.) kreeg later 7,5 jaar cel. Kort daarop volgden meerdere aanslagen op woningen, waaronder een beschieting met een kalasjnikov in Alphen aan den Rijn op 10 oktober, gepleegd door een 23-jarige uitvoerder uit Almere die via Snapchat was geworven.
De reeks misdrijven bevatte ook bomaanslagen en een explosie van een onbemande politiebus in Den Haag, gepleegd door een toen 16-jarige. Verdachten varieerden van tieners tot jongvolwassenen; verschillende uitvoerders kregen kleine beloningen of helemaal niets uitgekeerd, terwijl opdrachtgevers bovenin de keten grote bedragen beheersten en vaak ongrijpbaar bleven, aldus het Openbaar Ministerie. Officier van justitie Evert Jan van Drongelen benadrukte dat de geweldsmakelaars makkelijk jonge uitvoerders rekruteerden via platforms als Snapchat of gewoon op straat, soms via bijnaamcontacten zonder echte chain-of-command.
Een opvallend patroon is dat sommige daders weinig inzicht hadden in de aanleiding; de 17-jarige Sadak M. bekende dat hij schoot omdat hij snel geld wilde verdienen en verklaarde geen echte reden te begrijpen. Desondanks pleegde hij later opnieuw een schietpartij in Amsterdam-Oost (2 februari 2026), gefilmd door een bewakingscamera, waartegen in zijn zaak een taakstraf geëist werd. Meerdere verdachten met verstandelijke beperkingen of impulsief gedrag die in begeleid-wonenprojecten woonden, werden eveneens ingezet voor gewelddaden.
De onderzoeken leverden veel digitaal bewijsmateriaal op: telefoongegevens en chatgroepen maakten snel opsporing mogelijk en toonden hoe makkelijk opdrachten werden uitgezet. Naast uitvoerders werden ook personen aangepakt die bij de verdeling van de gestolen cocaïne betrokken waren; in België zijn al twaalf betrokkenen veroordeeld tot straffen tot zes jaar, en elders in Nederland zijn ook zware straffen opgelegd. In Amsterdam loopt een zaak tegen een corrupte ambtenaar (Jim B.) die persoonsgegevens van doelwitten zou hebben verkocht aan opdrachtgevers van aanslagen.
Vrijdag stonden in Den Haag vier hoofdverdachten terecht die een deel van de 1.400 kilo zouden hebben gehad en verdeeld; binnenkort volgt de zaak tegen een vermeende geweldsmakelaar die meerdere opdrachten zou hebben gegeven. Hoewel het geweld uiteindelijk afnam—mogelijk door teruggegeven drugs of onderling overleg—houdt justitie vol dat het snelle en gerichte onderzoek heeft geleid tot succesvolle vervolgingen. De zaak toont volgens onderzoekers vooral de zorgwekkende combinatie van enorme criminele winsten bovenin de keten en jonge, gemakkelijk te ronselen uitvoerders die extreem gevaarlijk geweld voor weinig of geen geld plegen.