Soepelheid in coronatijd leidde tot meer uitval in vervolgonderwijs
In dit artikel:
Tijdens de coronajaren kregen middelbare scholieren in 2020-2021 en 2021-2022 versoepelde examenregels: extra herkansingen en een wegstreepregeling waardoor één examencijfer buiten beschouwing mocht blijven. Die coulance hielp veel leerlingen om te slagen, maar de eindevaluatie van het Nationaal Programma Onderwijs laat zien dat dit nadelige gevolgen had in het vervolgonderwijs.
Studenten die van de versoepelingen profiteerden, vielen vaker uit of stopten met hun studie dan klasgenoten die op de reguliere manier waren geslaagd. Voor vwo’ers uit 2020-2021 bijvoorbeeld lag de uitval op de universiteit bij degenen die via versoepeling slaagden op 8 procent versus 4 procent bij gewone geslaagden; 37 procent wisselde binnen twee jaar van opleiding tegenover 19 procent bij de reguliere groep. Ook studenten die wel net aan slaagden zonder maatregelen (gemiddeld cijfer onder de 6) presteerden beter dan zij die via extra herkansing of wegstrepen waren doorgelaten.
Het ministerie concludeert dat het verlagen van de lat ertoe leidde dat sommige studenten met minder basiskennis aan vervolgopleidingen begonnen, wat studieproblemen en vertraging veroorzaakte. De evaluatie adviseert lessen te trekken voor toekomstige crises: versoepelingen op het ene onderwijsniveau kunnen doorwerken op het volgende, en het voorkomen van strenge lockdowns verdient prioriteit vanwege leerachterstanden en mentale schade bij jongeren. Tegelijkertijd meldt de rapportage dat veel corona-achterstanden inmiddels zijn weggewerkt; alleen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn prestaties nog niet volledig hersteld.