Socialer dan we denken en amper nog 'wild': deze ideeën over katten kloppen niet

zaterdag, 27 december 2025 (14:04) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Maarten Reesink, docent Animal Studies aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van Planeet Poes, zet in een aflevering van de podcast Het Uur van de Waarheid een aantal veelvoorkomende misverstanden over katten recht. Waar veel mensen denken dat katten vooral solitaire, bijna wilde dieren zijn, wijst Reesink erop dat ze al zo’n 10.000 jaar bij mensen leven en daardoor in veel gevallen socialer zijn geworden. Dat betekent niet dat elke kat gezelschapszoekend is — individuele verschillen blijven groot; sommige katten willen nog steeds weinig met mensen of andere dieren te maken hebben.

Reesink benadrukt dat katten ondanks hun zelfstandige imago in de praktijk sterk afhankelijk zijn van mensen: vooral binnenkatten hebben ons nodig voor voedsel, verzorging en prikkels. Psychologische tests tonen dat katten affectieve banden met mensen kunnen vormen, vergelijkbaar met hechting bij baby’s en honden. Wetenschappers herkennen tientallen verschillende kattengeluiden, maar de bekende miauw is vooral ontwikkeld voor communicatie met mensen — een afgeleide van het kittensignaal naar de moeder, nu vaak hoger en voor ons aangenamer gemaakt om bijvoorbeeld eten of aandacht los te krijgen. Reesink: “Ze doen het om dingen gedaan te krijgen, zoals voedsel krijgen.”

De veronderstelling dat katten nog grotendeels wilde dieren zijn, verwierp hij: katten zijn in gedrag en biologie aan mensen aangepast, mede doordat menselijke omgang — spelen, knuffelen — hen stimuleerde om anders met ons te communiceren dan hun voorouders deden. Over generaties zijn katten en mensen naar elkaar toegegroeid, waardoor katten minder solitair en functioneler afhankelijk zijn dan vaak wordt aangenomen.