Aantal sociale huurders met ook een koophuis nog veel hoger, maar waarom gebeurt er niks tegen? 'Houding van corporaties is tenenkrommend'
In dit artikel:
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft vastgesteld dat ongeveer 12.000 sociale huurders zelf een woning bezitten, een hoger aantal dan vaak werd aangenomen. De telling betreft weliswaar geregistreerde hoofdverblijven, maar het CPB kon niet uitsluiten dat het ook gaat om tweede woningen of bezit in het buitenland; die differentiatie is niet onderzocht. De vondst voedt vragen over beschikbaarheid en doelmatigheid van de sociale huursector: eigendomsbezit door huurders kan de doorstroming belemmeren en raakt aan het probleem van ‘scheefwonen’ — huishoudens met een hoger inkomen die in sociale huur blijven wonen. Sommige woningcorporaties, zoals Ymere, voeren inmiddels controles uit, maar uit de analyse blijkt dat hogere inkomens in veel gevallen toch blijven zitten in sociale woningen; het probleem is dus grotendeels onopgelost. De uitkomst van het CPB onderstreept zowel dat de omvang van het verschijnsel beter in kaart moet worden gebracht (bijvoorbeeld onderscheid tussen eerste en tweede woningen) als dat handhaving en beleidsreacties ter verbetering van doorstroming en toewijzing ter discussie staan.