Sociale huurders dichten miljardentekort woningcorporaties, maar bouwambities staan alsnog op de tocht
In dit artikel:
Het kabinet schept met maatregelen uit het regeerakkoord en aanvullende berekeningen van minister Elanor Boekholt‑O’Sullivan ongeveer 22,6 miljard euro extra investeringsruimte voor woningcorporaties. Op sectorniveau zou daarmee het tekort van circa 19,4 miljard euro zijn gedekt, waarmee de Nationale Prestatieafspraken (NPA) — waaronder de bouw van 30.000 sociale huurwoningen per jaar en het streven om in 2028 geen E‑, F‑ of G‑labelwoningen meer te hebben — op papier haalbaar blijven.
De maatregelen bestaan onder meer uit een lagere vennootschapsbelasting, meer mogelijkheden om commerciële middelen in te zetten voor sociale bouw en goedkoper lenen. Huurders met hogere inkomens of vermogen dragen mee: het kabinet wil een verplichte inkomensafhankelijke huurverhoging invoeren die naar schatting 1,8 miljard oplevert, en onderzoekt een vermogenstoets bij toewijzing en vermogensafhankelijke huurverhogingen.
Ondanks voldoende middelen op totaalniveau zijn de financiële middelen ongelijk verdeeld over corporaties en regio’s. De benodigde solidariteit tussen corporaties is zo groot dat het praktisch onrealistisch is tekortten volledig te egaliseren, waardoor een aanzienlijk deel van de prestatieafspraken mogelijk niet wordt gehaald. De minister gaat met de sector in gesprek en komt in september met een vervolg naar de Kamer.