Sobere Ali Khamenei heerste ruim 35 jaar met harde hand over Iran
In dit artikel:
Ayatollah Ali Khamenei was meer dan drie decennia de onbetwiste machthebber van Iran als Opperste Leider: boven gekozen politici, met de strijdkrachten en vooral de Revolutionaire Garde onder zijn directe invloed. Vanaf zijn benoeming tot hoogste leider in 1989 – gesteund door figuren als Rafsanjani en opvolging van Khomeini – bouwde hij een gesloten machtsapparaat waarin hij medestanders plaatste in sleutelposities en dissidentie met harde hand liet neerlaan.
Binnenlands hield Khamenei vast aan strikte religieuze normen en conservatieve sociale regels. Hij verzette zich tegen liberale hervormingen, bleef de verplichte hidjab verdedigen en keurde popmuziek en westerse invloeden af. Openlijk verzet, van de massale protesten na de omstreden herverkiezing van Ahmadinejad in 2009 tot de brandstofrellen van 2019 en de landelijke onlusten naar aanleiding van de dood van Mahsa Amini in 2022, werd systematisch onderdrukt – vaak met inzet van de Basji-milities en een hard optreden van de Revolutionaire Garde. Ook recente protesten tegen stijgende inflatie escaleerden tot demonstraties tegen het regime, waarop Khamenei evenmin aarzelde tot repressie.
Khamenei’s buitenlandse politiek werd gekenmerkt door vijandigheid tegenover de Verenigde Staten en Israël. Hij cultiveerde banden met Assad in Syrië en steunde via de Revolutionaire Garde sjiitische en anti-westerse groeperingen in Irak en Libanon. Zijn jeugdige ervaringen met arrestaties en martelingen tijdens het sjah-regime voedden een diep wantrouwen jegens CIA en Mossad en versterkten zijn harde retoriek. Tegelijkertijd zocht hij buitenlands prestige: Iran zette onder zijn leiding een omvangrijk nucleair programma op dat door westerse landen en vooral Israël werd verdacht van het nastreven van kernwapencapaciteit; Teheran hield vol dat het programma civiel van aard was.
Ondanks een sober en ingetogen openbaar voorkomen – eenvoudige kleding, een teruggetrokken leven en weinig zichtbare familie – beheerde Khamenei uitgebreide financiële belangen via een imperium met posities in olie, telecom en landbouw. Zijn spiritueel gezag lag echter lager dan dat van Khomeini, waardoor hij vanaf het begin sterk leunde op de militaire en veiligheidsstructuren om zijn positie te bestendigen. Een aanslag in 1981, waarbij hij overleefde maar een vertrouweling verlamd raakte, versterkte zijn status onder aanhangers.
In juni 2025 voerde Israël een aanval uit op Iraanse nucleaire doelen (nacht van 12 op 13 juni). In een latere, gerichte aanval op zijn verblijf in Teheran werd Khamenei zelf tot een van de belangrijkste doelen gerekend; zijn residentie werd zwaar beschadigd en de 86‑jarige ayatollah overleefde de treffer niet. Zijn dood markeert het einde van een tijdperk in Iran en kan grote gevolgen hebben voor de interne machtsverhoudingen, de rol van de Revolutionaire Garde en de regionale spanningen tussen Iran, Israël en hun bondgenoten.