Sneukelspijt
In dit artikel:
De avond na Vierde Kerstdag lag de auteur wakker van wat Belgen hebben uitgeroepen tot hét woord van 2025: sneukelspijt — het schuldgevoel na overmatig snaaien. Na een kerstperiode vol stol, raclette, wijn en merengue zweert hij tijdelijk tot sinaasappels en bleekselderij, en mijmert even over de rijke Vlaamse woordenschat die ook eerder lepeltjesverdriet en sluimervriend opleverde.
Om z'n opgeblazen gevoel te sussen maakt hij een nachtelijke wandeling naar de Grote Markt van Brussel. Overdag vermijdt hij de plek, maar ’s nachts kan hij rustig de nieuwe, omstreden kerststal bekijken. De oude houten stal was na ruim een kwart eeuw vervangen door figuren van textiel met bolle, niet-gespecifieerde hoofden; meteen regende kritiek van mensen die verandering niet verdroegen. Al in de eerste week werd het hoofd van het kindje Jezus gestolen; later werd het teruggevonden en hield een beveiliging nachtenlang de wacht.
Tegelijkertijd fascineert de schrijver zich juist voor de bolvormige hoofden en brengt die in een onverwachte parallel met een recente wetenschappelijke vondst bij Antarctica: de zogenoemde death ball sponge. Toen een enorm ijsbergstuk afbrak en zeebodem blootlegde, filmde een Amerikaans onderwatervoertuig een bont spectrum aan leven — van jeugdige kolossale inktvissen en koudwaterkoraal tot wormen die walvisskeletten uitpluizen — en vooral een bolvormige spons met weerhaakjes die prooien vangt en langzaam verteert. Waar de meeste sponzen passieve filteraars zijn, lijkt deze soort actief te ‘jagen’, een beeld dat de auteur pessimistisch koppelt aan 2025: een wereld waarin gulzige consumenten en machtigen de rest van de mensheid uitputten.
Moe maar enigszins gerust keert hij terug en ontwijkt op het nippertje een vieze plek op de stoep — een laatste, alledaags bewijs van iemands sneukelspijt.