Snellere stijging AOW-leeftijd geschrapt: dit blijft gelden

woensdag, 16 september 2026 (12:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Het kabinet heeft de voorgenomen een-op-eenkoppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting uit de begroting gehaald. Daardoor zal de AOW-leeftijd niet sneller stijgen dan eerder gepland. De bestaande koppeling blijft gelden: volgens de uitwerking van het pensioenakkoord leidt een jaar extra levensverwachting in principe tot acht maanden verhoging van de AOW-leeftijd. Dat betekent niet dat er automatisch elk jaar acht maanden bijkomen, omdat de vaststelling volgens wettelijke regels gebeurt.

De wijziging betekent bovendien niet dat de AOW-leeftijd voor iedereen 67 jaar blijft. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft de leeftijd vastgesteld voor mensen die vóór 1 oktober 1964 zijn geboren. Wie is geboren tussen 1 maart 1957 en 31 december 1960, krijgt AOW vanaf 67 jaar; voor geboortejaren van 1 januari 1961 tot en met 30 september 1964 is dat 67 jaar en drie maanden. Voor mensen die op of na 1 oktober 1964 zijn geboren, gaat het voorlopig nog om een verwachting. De overheid stelt de AOW-leeftijd vijf jaar van tevoren definitief vast.

Voor financiële planning is daarom de persoonlijke berekening van de SVB leidend. Een verwachte datum moet later opnieuw worden gecontroleerd, zeker vóór beslissingen over stoppen met werken, minder uren werken of het aanspreken van spaargeld. De AOW-datum hoeft niet gelijk te zijn aan de ingangsdatum van een aanvullend pensioen. Beide momenten moeten worden bekeken om een mogelijk inkomensgat te voorkomen. Ook de hoogte van de AOW hangt af van de opbouw: per verzekerd jaar wordt in de vijftig jaar vóór de AOW-leeftijd twee procent opgebouwd. Wie al een vastgestelde datum heeft, moet die blijven gebruiken en niet zelf maanden aftrekken vanwege het schrappen van de voorgenomen versnelling.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen over nominatie Thomas van Groningen voor Televizier-Ring Presentator: 'Als hij dit niet wint...'