Sneller verhogen van de pensioenleeftijd is 'politiek dood'. Moeten ouderen nu meer betalen aan de AOW?
In dit artikel:
Vakbondsleiders Hans Spekman (FNV), Hans van den Heuvel (CNV) en Nic van Holstein (VCP) hielden maandag in perscentrum Nieuwspoort een krachtig ultimatum richting het kabinet: haal binnen twee weken het plan om de AOW‑leeftijd versneld te verhogen van tafel en trek de voorgenomen bezuinigingen op de arbeidsongeschiktheids‑ en werkloosheidsuitkeringen (WIA en WW) terug. Lukt dat niet, dan dreigen stakingen en demonstraties.
Minister Hans Vijlbrief (D66) reageerde dinsdag in de Tweede Kamer relatief kalm en kondigde aan een brief te schrijven om het gesprek met werkgevers en vakbonden te hervatten. Hij verwees bij het debat herhaaldelijk naar die brief; die moet binnen enkele weken klaar zijn. Ondertussen lijkt de versnelde AOW‑verhoging — die vanaf 2033 jaarlijks 2,7 miljard euro zou schelen — politiek niet meer haalbaar en wordt die optie in Den Haag als „politiek dood” beschouwd.
Achtergrond is het langdurige debat over de stijgende kosten door vergrijzing. In het coalitieakkoord had het minderheidskabinet (D66, VVD, CDA) voorgesteld de AOW‑leeftijd sneller te koppelen aan de levensverwachting: een jaar langer werken per jaar dat de gemiddelde levensverwachting stijgt. Vakbonden verzetten zich omdat bij het pensioenakkoord van 2019 was afgesproken de koppeling minder snel in te voeren. Parlement en bonden wezen eerdere voorstellen af.
Als alternatief wordt nu serieus gekeken naar fiscalisering van de AOW: een groter deel van de AOW‑kosten via belastinginkomsten financieren in plaats van via premies van werkenden onder de 67. De Studiegroep Begrotingsruimte, die experts en ambtenaren bundelt, heeft fiscalisering al vaker aanbevolen. Concreet stelde die studiegroep voor de eerste belastingtariefschijf van gepensioneerden jaarlijks met één procentpunt te verhogen tot deze gelijk is aan die van werkenden — een proces van ongeveer achttien jaar. Volgens berekeningen kan dit vanaf 2040 ruim 5 miljard euro per jaar opleveren.
Fiscalisering raakt politiek en sociaal gevoelige knoppen. Gepensioneerden zouden stapsgewijs meer belasting gaan betalen, vooral hogere inkomens onder ouderen worden zwaarder aangeslagen, wat de inkomensverschillen verkleint. Dat ondermijnt de achterban van partijen als VVD en CDA en maakt het voorstel voor die partijen pijnlijk. Voor linkse partijen is het politiek makkelijker te verkopen. Historisch gezien is een vergelijkbaar voorstel in 2006 — de zogenoemde „Bos‑belasting” — ook op veel verzet gestoten en leidde het uiteindelijk tot een veel mildere maatregel na politiek overleg.
Naast fiscalisering liggen er nog andere opties op tafel, zoals het afbouwen van specifieke belastingvoordelen voor ouderen (bijvoorbeeld de ouderenkorting) of het koppelen van uitkeringen aan andere maatstaven dan het minimumloon. Ook kan het kabinet besluiten geen veranderingen door te voeren en andere inkomstenbronnen aan te boren, bijvoorbeeld bij vermogenden — een route die ook door experts en vakbonden is genoemd.
Belangrijk punt in de onderhandelingen is de formulering: vakbonden eisen dat plannen voor WIA en WW „van tafel” moeten, wat volgens minister Vijlbrief ruimte laat voor nadere discussie, terwijl bij de AOW juist het woord „schrappen” valt. De komende weken zijn cruciaal: de inhoud van Vijlbriefs brief zal bepalen of er een compromis komt of dat de impasse uitmondt in acties van werknemers en felle politieke strijd.