Snedes in olifantenskelet bewijs dat neanderthalers op bosolifanten jaagden

vrijdag, 27 maart 2026 (12:58) - NU.nl

In dit artikel:

In 1948 werd in het Duitse dorp Lehringen een skelet van een bosolifant gevonden, aanvankelijk vergezeld van een speer die aan neanderthalers werd toegeschreven. Lang bestond er wetenschappelijke twijfel over of die vondst echt bewijs leverde voor gerichte jacht door neanderthalers. Een nieuw onderzoek, geleid door archeoloog Ivo Verheijen van de erfgoedorganisatie van Nedersaksen, heeft die twijfel grotendeels weggenomen.

Het team onderzocht het skelet en de vindplaats opnieuw en ontdekte meerdere snijsporen op de botten die tijdens het slachten zijn gemaakt. De plaatsing en richting van de sneden wijzen erop dat het dier via de buikholte is opengesneden en tot aan het middenrif is verwerkt. De sporen tonen ook dat de bewerking kort na de dood plaatsvond, wat suggereert dat de neanderthalers het dier zelf hadden gedood en direct begonnen met uitbenen en verwerken — sterke aanwijzingen voor georganiseerde jacht op zulke reusachtige dieren.

Rondom het olifantenskelet werden vier stenen werktuigen en ongeveer tweeduizend botten van zestien diersoorten gevonden, waaronder bruine beren, oerossen en bevers, ook met snijsporen. Dat duidt op een brede jacht- en verwerkingspraktijk en mogelijk langdurig verblijf van een neanderthalengroep bij een voormalig meer in de omgeving.

De bosolifant leefde circa 125.000 jaar geleden in het laatste interglaciale en was met een schouderhoogte van ruim 4 meter groter dan de mammoet. Het onderzochte exemplaar was ongeveer dertig jaar oud en woog naar schatting 3.500 kilo, genoeg om een groep neanderthalers lange tijd van voedsel (en mogelijk vacht) te voorzien. De studie is gepubliceerd in Scientific Reports.