Sluw van de AfD: inspelen op de frustratie over de economische en sociale teloorgang na de Wende
In dit artikel:
Bij de deelstaatverkiezingen van 6 september 2026 stemde in Zeitz meer dan de helft van de kiezers op de Alternative für Deutschland (AfD). In heel Saksen-Anhalt behaalde de extreemrechtse partij 43,8 procent. De uitslag weerspiegelt volgens inwoners, onderzoekers en betrokkenen niet alleen steun voor de AfD, maar vooral diepe frustratie over de economische en sociale gevolgen van de Duitse hereniging.
Zeitz, in het zuiden van Saksen-Anhalt, oogt op het eerste gezicht aantrekkelijk dankzij historische gebouwen, een gerestaureerd stadhuis en een barok kasteel. Wie beter kijkt, ziet echter een grotendeels verlaten centrum, vervallen panden, leegstaande woningen en weinig winkelend publiek. Bijna een kwart van de woningen staat leeg. De bevolking is sinds de val van de Muur afgenomen van ongeveer 50.000 naar 28.000 inwoners. Vooral jongeren en hoogopgeleiden vertrekken naar Leipzig of West-Duitsland, terwijl de achterblijvende bevolking sterk vergrijst.
Voor 1989 was Zeitz een belangrijk industrieel centrum met mijnbouw, machinebouw en chemische industrie. Ook de kinderwagenfabriek Zekiwa was zeer succesvol: jaarlijks werden er honderdduizenden kinder- en poppenwagens geproduceerd en naar vijftien landen geëxporteerd. Fabrieken boden niet alleen werk, maar ook kinderopvang, sport, cultuur, medische voorzieningen en een sterk gemeenschapsgevoel.
Na de val van de Muur verdwenen die industrie en sociale verbanden echter vrijwel in korte tijd. De Treuhandanstalt kreeg in 1990 de opdracht om circa 8.500 Oost-Duitse staatsbedrijven te privatiseren en de planeconomie om te vormen tot een markteconomie. Bedrijven werden vaak snel opgesplitst en verkocht, waarbij kopers niet altijd grondig werden gecontroleerd. Beloften over investeringen en het behoud van banen bleken geregeld niets waard. Toen de Treuhand vier jaar later ophield te bestaan, waren ongeveer drie miljoen banen verdwenen, waren duizenden bedrijven gesloten en was een groot financieel tekort ontstaan.
In Zeitz gingen meer dan 20.000 industriële banen verloren. De officiële werkloosheid liep op tot 27 procent, terwijl de zogenoemde ondertewerkstelling volgens voormalig ondernemingsraadvoorzitter Reiner Eckel bijna 60 procent bedroeg. Veel werknemers kwamen in tijdelijke regelingen, opleidingen of langdurige werkloosheid terecht. Vooral vrouwen werden hard getroffen. Oud-werknemers vertellen hoe zij vrijwel zonder voorbereiding hun ontslag kregen en soms later hun voormalige fabriek moesten ontmantelen. De gevolgen waren niet alleen financieel: sommigen raakten psychisch zwaar beschadigd.
De Treuhand geldt daarom in Zeitz nog altijd als symbool van een opgelegde en vernederende overgang. Het oorspronkelijke idee van de Oost-Duitse burgerrechtenbeweging was dat het voormalige staatsbezit namens de bevolking zou worden beheerd en uiteindelijk onder burgers zou worden verdeeld. In de praktijk kwam vrijwel al het productievermogen in handen van West-Duitse of buitenlandse investeerders; Oost-Duitsers kregen minder dan vijf procent. Daardoor ontstond een grote verschuiving van vermogen naar het westen. Ook nu zijn inkomens, privévermogen en belastinginkomsten in het oosten gemiddeld lager.
Volgens historicus Marcus Böick werd de eerste kennismaking van veel Oost-Duitsers met politieke vrijheid direct verbonden met bedrijfssluitingen, werkloosheid en verlies van status. De herinnering aan 1989 is daardoor voor velen niet alleen een verhaal van bevrijding en hereniging, maar ook van economische neergang. Socioloog Steffen Mau omschrijft de overgang naar de markteconomie als een maatschappelijke tsunami. De langdurige gevolgen zijn zichtbaar in lage lonen, onzekere loopbanen, dreigende armoede onder gepensioneerden, bevolkingskrimp en afnemende voorzieningen.
De AfD weet deze ervaringen politiek te benutten. De partij presenteert zich als spreekbuis van Oost-Duitsers die zich behandeld voelen als tweederangsburgers en koppelt de Treuhand aan een breder vijandbeeld van het Westen, afstandelijke elites en maatschappelijke veranderingen. Ook zorgen over migratie, klimaatbeleid, digitalisering en de afbouw van bruinkool worden aan bestaande onzekerheid verbonden. Onderzoekers waarschuwen dat de partij zo een eenzijdige, negatieve mythe rond de Treuhand versterkt, maar erkennen tegelijk dat de sociale schade en de ervaren ongelijkheid reëel zijn.
De stad kampt bovendien met een tekort aan geld. Zeitz heeft een begrotingstekort van ongeveer 13 miljoen euro en is voor veel projecten afhankelijk van subsidies. De bevolkingsafname leidt tot minder winkels, openbaar vervoer en culturele voorzieningen, terwijl scholen en zorg verder onder druk komen. Die neerwaartse spiraal versterkt het gevoel dat de regio aan haar lot wordt overgelaten en vergroot daarmee de aantrekkingskracht van radicaal-rechtse politiek.
Tegelijkertijd ontstaan er initiatieven die de stad nieuw leven proberen in te blazen. In Kloster Posa en voormalige gebouwen van Zekiwa worden werk- en woonruimtes, culturele activiteiten, stadsontwikkeling en kunstenaarsprojecten georganiseerd. Ook het Stadtlabor Zeitz biedt gratis taalcafés, leesavonden, concerten en workshops en won daarvoor een landelijke prijs. Initiatiefnemers zien de leegstand niet alleen als teken van verval, maar ook als ruimte voor experimenten, betaalbaar wonen en nieuwe gemeenschappen. Zulke laagdrempelige culturele en maatschappelijke projecten kunnen volgens betrokkenen een belangrijk tegenwicht vormen tegen het rechts-radicalisme dat in Zeitz zo sterk wortel heeft geschoten.
Vandaag Inside: Hilariteit bij Algemene Beschouwingen na verspreking Gidi Markuszower: ’Jetten Klaver!’