Hongarije en Slowakije werken Oekraïne tegen vanwege gestopte olietoevoer
In dit artikel:
Hongarije heeft maandag nieuwe EU-maatregelen tegen Rusland en een geplande noodlening van 90 miljard euro aan Oekraïne geblokkeerd. Kort daarna meldde Slowakije dat het geen noodstroom meer zal leveren aan Oekraïne. Beide besluiten zijn gekoppeld aan de stilgevallen olietoevoer via de beschadigde Druzhba-pijpleiding, die op 27 januari in Oekraïne werd geraakt.
De EU-ministers van Buitenlandse Zaken kwamen bijeen om het twintigste sanctiepakket te bespreken, waaronder een verbod op Russische olie per schip, en om de financiële steun aan Oekraïne vast te leggen. Hoewel de EU-leiders in december al overeenstemming bereikten — en de Hongaarse premier Viktor Orbán toen instemde — legde Budapest nu een veto op die afspraken, iets wat EU-buitenlandchef Kaja Kallas met verontwaardiging constateerde. De Portugese voorzitter van de Europese Raad, António Costa, gemaand Orbán in een brief dat beslissingen van de Raad gerespecteerd moeten worden: "Een besluit van de Europese Raad moet worden gerespecteerd."
De lening is urgent: Oekraïne heeft het geld nodig per 1 april, en wachten op mogelijke politieke verandering in Hongarije (verkiezingen op 12 april) zou te laat zijn. Hongarije en Slowakije wijzen op de kapotte Druzhba-pijpleiding omdat zij de enige twee EU-raffinaderijen huisvesten die nog van die doorvoer afhankelijk zijn. Beide landen vinden dat Oekraïne te weinig onderneemt om het transport te herstellen en vermoeden dat Oekraïne geen belang heeft bij snelle herstelwerkzaamheden.
Slowaaks premier Robert Fico had aangekondigd de stroomlevering stop te zetten zolang de oliedoorvoer niet hervat is; volgens Bratislava zou de levering weer worden opgenomen zodra olie richting Slowakije stroomt. Oekraïne zegt alles in het werk te stellen om de transit te herstellen. De impasse legt de EU-eenheid onder druk en bedreigt tijdige steun aan Kiev.