Slow food-ambassadeur Luca Alzona weet wat je moet eten in Turijn
In dit artikel:
Turijn toont zich als een stad van statige grandeur: overdekte arcades, barokke paleizen en brede lanen die herinneren aan het bewind van de Savoye-dynastie, met op Piazza Castello nog altijd het koninklijk paleis en op Piazza San Carlo het standbeeld van Emanuel Filibert. De Alpen vormen een imposante achtergrond. Ondanks die indrukwekkende erfenis zijn de inwoners — de Torinesi — volgens Luca Alzona (67), voorzitter van Slow Food Turijn, bescheiden: „Beh sì, we zijn nu eenmaal bescheiden.”
Historisch speelde Turijn een centrale rol in de Italiaanse eenwording; het was in 1861 de eerste hoofdstad van Italië tijdens de Risorgimento, voordat Rome die positie overnam. In de twintigste eeuw ontwikkelde de stad zich bovendien tot industrieel centrum, vooral door FIAT, dat Turijn op de kaart zette als hart van de Italiaanse auto-industrie.
Culinair blijft Turijn een zwaargewicht. Vanuit de regio Piemonte komen wijnen, kazen, koffie en chocolade die het lokale leven bepalen. De stad telt tientallen chocolatiers en is beroemd om de gianduiotto — een bonbon met hazelnootpraliné — waarvan volgens Alzona de beste varianten bij Peyrano, Gobino en Caffè Al Bicerin liggen. Bij dat laatste café is de bicerin populair: een laagjesdrank van chocolade, koffie en room die in Turijn iconisch is en in het verleden zelfs Dumas en Nietzsche aantrok.
De Piëmontese keuken is traditioneel en streekgebonden: vitello tonnato, risotto met Barolo of paddenstoelen, tajarin met salieboter en de battuta van fijngehakt rauw rundvlees zijn vaste waarden op menukaarten. Vernieuwing speelt een ondergeschikte rol ten opzichte van vakmanschap en kwaliteit. „Wat goed is, blijft goed,” zegt Alzona over die instelling.
Slow Food, ontstaan eind jaren tachtig in het nabijgelegen Bra als antwoord op de opkomst van fastfood (bekend zijn de protesten tegen de gele M), heeft in deze regio diepe wortels. De beweging pleit voor voedsel dat lekker is, minimaal bewerkt, eerlijk vergoed en voor iedereen toegankelijk. Alzona werkt sinds 1991 lokaal aan die idealen: hij organiseert proeverijen en workshops om consumenten kennis te laten maken met streekproducten en onderhoudt contacten met boeren en producenten om culturele en culinaire biodiversiteit te beschermen. Zijn inzet is gericht op het behouden van regionale smaken en productiemethoden „om te voorkomen dat alles uiteindelijk hetzelfde gaat smaken.”
Kortom: Turijn combineert historische grandeur en industriële kracht met een rijke, conserverende eetcultuur. De stad presenteert zich niet luidruchtig, maar heeft culinair en cultureel veel gewicht — van koninklijke paleizen tot ambachtelijke chocolade en een actieve Slow Food-traditie die lokaal erfgoed beschermt.