Slavernijverleden van Coevorden in beeld met tentoonstelling in Stedelijk Museum. 'Een mens is geen eigendom'
In dit artikel:
In het Stedelijk Museum Coevorden werd zaterdag de tentoonstelling Verketend Beeld officieel geopend, een expositie die de vaak onzichtbare verbindingen van Coevorden en Drenthe met slavernij en kolonialisme blootlegt. Burgemeester Renze Bergsma en museumdirecteur Evelien Wieling verrichtten de openingshandeling; Bergsma zei te hopen dat de tentoonstelling bezoekers een beetje ongemakkelijk doet voelen — een spiegel voor het collectieve verleden.
Gastconservator Ingrid Redan, tevens voorzitter van Comité 30 juni–1 juli, kon tijdens haar toespraak van emotie even niet verder spreken. Redan baseerde de samenstelling van de tentoonstelling op onderzoek van het Drents Archief, waaruit blijkt dat de betrokkenheid van Drenten bij het slavernijverleden groter is dan eerder gedacht. Ze benadrukt dat het vergeten verhaal nu een stem krijgt en zichtbaar wordt.
De expositie start op de zolder van het museum en maakt duidelijk hoe lokale figuren en instellingen dekoloniale ideologieën legitimeerden. Ze toont onder meer predikant Johan Picardt (1600–1670), die Bijbelse teksten gebruikte om onderwerping te rechtvaardigen, en belicht het veranderende beeld van generaal Joannes Benedictus van Heutsz (1851–1924): ooit onthaald als oorlogsheld, later gezien als symbool van gewelddadig koloniaal optreden waarbij duizenden slachtoffers vielen. Ook komen inwoners aan bod die financieel profiteerden van plantages in Guyana en Suriname.
Persoonlijke verhalen geven de tentoonstelling extra gewicht: Wesley van den Bosch, in Ethiopië geboren en opgegroeid in Coevorden, vertelt over het opgroeien als ‘anders’ en de ervaren vormen van racisme. Conservator Redan vat de morele kern samen: „Een mens is geen eigendom, noch een middel om geld aan te verdienen.” Verketend Beeld wil niet alleen informeren maar ook aanzetten tot reflectie over lokale verantwoordelijkheid in het koloniale verleden.