Slangen en Ladders: de Tragische Queeste van Jason Arday (deel 2)
In dit artikel:
De auteur bespreekt de autobiografie van Jason Arday aan de hand van sprookjesmotieven, vooral het Grimm-verhaal *De Drie Talen*. Daarin wordt een door zijn vader verstoten kind uiteindelijk, dankzij magische helpers, paus. Volgens de auteur vertoont Ardays levensverhaal een vergelijkbare structuur: een kind dat door experts en het onderwijssysteem wordt afgewezen, ontwikkelt andere vermogens en klimt via opeenvolgende beproevingen op tot hoogleraar aan Cambridge.
De autobiografie moet volgens de auteur niet als een controleerbaar feitenrelaas worden gelezen. Al in de proloog krijgt Ardays geboorte een mythische lading, met profetieën over grootheid en lijden. Zijn verhaal is meeslepend en roept sympathie op, maar presenteert hem ook als een uitzonderlijke, bijna bovennatuurlijke held. Elke behaalde mijlpaal vormt een opstap naar een nieuwe, grotere queeste. Het uiteindelijke doel lijkt daarbij niet zozeer wetenschappelijke kennis of onderwijs, maar erkenning door de hoogste autoriteiten.
Met behulp van de theorie van Vladimir Propp, die sprookjes beschrijft als een vaste reeks verhaalfuncties, laat de auteur zien waar Ardays verhaal volgens hem ontspoort. Erkenning en gedaanteverandering worden geregeld omgedraaid: Arday presenteert zich soms al als succesvol geleerde voordat hij die status daadwerkelijk heeft bereikt. Voorbeelden zijn voortekenen van zijn toekomstige professorenstatus, nieuwe kleding voor een nog onzekere carrière en een baardgelofte rond zijn promotie die hij verbreekt vóór zijn examen.
De auteur merkt bovendien op dat de autobiografie weinig zegt over Ardays proefschrift, intellectuele invloeden, onderzoek of het dagelijkse werk van een docent. Dat zou erop wijzen dat de academische titels vooral functioneren als symbolen van identiteit en maatschappelijke erkenning. Daarmee ontstaat volgens de auteur een fundamentele tegenstrijdigheid: Arday beweert dat menselijke waarde van binnenuit komt, terwijl de structuur van zijn verhaal suggereert dat hij zichzelf voortdurend moet bewijzen via steeds grotere prestaties.
Die spanning maakt van het sprookje uiteindelijk een tragedie. De held stelt zijn eigen opdrachten vast en is tegelijk degene die ervan moet profiteren. Hij wordt daardoor steeds sterker afhankelijk van zijn publieke imago. De auteur ziet in terugkerende beelden, zoals een gebroken glas, vervuild water en Icarus, voortekenen van een naderende ondergang. Ook beschrijft Arday volgens hem hoe hij geleidelijk bezwijkt onder de eisen die hij zichzelf oplegt. In een hoofdstuk over een instorting vóór zijn benoeming in Cambridge schrijft Arday, aldus de auteur, ook over suïcidale gedachten; de passage eindigt echter hoopvol met de boodschap dat iemand waardevol blijft, ook zonder succes.
De benoeming aan Cambridge lijkt aanvankelijk het sprookjesachtige hoogtepunt, maar wordt later juist de plaats van de ondergang. Nadat er beschuldigingen kwamen over plagiaat, verzonnen of onmogelijke onderzoeksgegevens en ander fabuleren, verloor Arday volgens de auteur zijn publieke identiteit. De schrijver ziet deze onthulling niet als een los incident, maar als de tragische omslag van een langdurig proces waarin Arday zichzelf wanhopig als uitzonderlijk persoon probeerde neer te zetten. Hij benadrukt daarbij dat hij Arday niet primair als een kwaadaardige bedrieger leest: de schade en het bedrog zijn volgens hem ernstig, maar de uiteindelijke straf lijkt groter dan de schuld, wat het verhaal tragisch maakt.
Ook journalisten en klokkenluiders zijn volgens deze analyse niet de oorzaak van de ondergang; zij brachten slechts een breuk aan het licht die al in de autobiografische constructie besloten lag. De auteur stelt dat Ardays zelfbeeld na de publieke ontmaskering mogelijk instortte en spreekt daarover met medelijden, zonder de feitelijke toedracht volledig te kunnen vaststellen. Hij vermoedt dat de fundamentele problemen al tijdens Ardays promotietraject in Liverpool zichtbaar waren, waar volgens een door hem bekeken Turnitin-rapport sprake zou zijn geweest van omvangrijk plagiaat.
De centrale conclusie luidt dat Ardays levensverhaal tegelijk een krachtig sprookje en een zichzelf ontmantelende tragedie is. De auteur wil in een volgend deel onderzoeken waarom instellingen en lezers zo gemakkelijk in deze heldenvertelling meegingen en waarom de zwakke kwaliteit van het werk en mogelijke misleiding zo laat werden herkend.
Vandaag Inside: Johan Derksen: 'Die man kan bij mij nooit meer wat goed doen!'