'Slager van Boetsja' ontsnapt aan aanslag, andere Russische officier gedood
In dit artikel:
In het zwaar beveiligde militaire woonkamp Knjase-Wolkonskoje-1, dicht bij de Chinese grens, ontplofte deze week een bom in een appartementencomplex. Het gebouw zou de woonplaats zijn van majoor-generaal Azatbek Omurbekov, die volgens westerse autoriteiten leiding gaf aan Russische troepen tijdens de bezetting van de Oekraïense stad Boetsja in 2022 en op sanctielijsten van de EU staat vanwege vermeende betrokkenheid bij massale burgerslachtingen. Moskou ontkent die beschuldigingen en verleende Omurbekov later de hoogste nationale onderscheiding.
De explosieve plek zat volgens berichtgeving verborgen in een brievenbus in het trappenhuis en was uitgerust met een camera. De dader blijkt de verkeerde ingang te hebben gebruikt; daardoor kwam niet Omurbekov om het leven maar een ondergeschikte officier. Hoe een explosief in een strikt afgeschermde militaire nederzetting kon worden geplaatst, is onduidelijk. Noch Rusland noch Oekraïne heeft formeel gereageerd op de aanslag.
De zaak past in een patroon van toenemende aanslagen op Russische militairen en functionarissen sinds het begin van de oorlog; als voorbeeld wordt een poging tot liquidatie in februari genoemd op luitenant‑generaal Vladimir Alekseyev, die die aanval overleefde. Ondertussen lopen er vredesgesprekken en bemiddelingspogingen — onder meer door de Amerikaanse president Trump — maar een doorbraak lijkt vooralsnog uit te blijven.