Slachtoffers van femicide worden twee keer gestraft: óók door de rechtspraak
In dit artikel:
De Nederlandse rechtspraak werkt nog te veel volgens een model dat is ontworpen voor klassieke, publiek plaatsvindende geweldsdelicten — en daardoor faalt het in de bescherming van slachtoffers van huiselijk geweld, betogen rechters, advocaten en onderzoekers in dit stuk. Waar mannen meestal slachtoffer zijn van openlijk, gewelddadig misdrijf buiten huis, vinden vrouwen vaker structureel geweld thuis: vernedering, controle, stalking en fysiek misbruik in een patroon van wat internationaal als “coercive control” of intieme terreur wordt aangeduid. Omdat zulke gedragingen zich achter de voordeur en vaak in subtiele, herhaalde vormen manifesteren, worden ze in het huidige systeem ondergewaardeerd en moeilijk bewijsbaar geacht — met grote gevolgen voor veiligheid en rechtvaardigheid.
Persoonlijke ervaringen illustreren het probleem. Een senior bestuursrechter (Nathalie van Waterschoot) werd na haar echtscheiding doelwit van stalking, laster en manipulatie; het familierecht bood haar en haar kinderen aanvankelijk geen adequate bescherming. Advocaten en slachtoffers rapporteren vergelijkbare verhalen: ouders die na scheiding worden gedwongen tot samenwerking, kinderen die worden blootgesteld aan een gewelddadige ouder, en moeders die in rechtszaken als “lastig” of zelfs als veroorzaker van ouderverstoting worden weggezet. In meerdere gevallen leidde de rechtspraak ertoe dat de pleger de ruimte kreeg en het slachtoffer de consequenties droeg, soms met dwangsommen of ontzegging van beschermende maatregelen tot gevolg.
Cijfers en onderzoeken onderstrepen de ernst. Sinds 2024 wordt femicide in Nederland apart geregistreerd; terugberekeningen tonen dat de afgelopen tien jaar 448 vrouwen zijn vermoord, veelal door (ex-)partners. In veel gevallen ging hieraan eerdere mishandeling, stalking of intieme terreur vooraf. De Raad van Europa lichtte Nederland recentelijk aan de kanttekening dat het Verdrag van Istanbul onvoldoende wordt geïmplementeerd en dat ook de rechtspraak op cruciale punten tekortschiet. Het Verwey-Jonker Instituut en andere studies constateren dat huiselijk geweld nauwelijks een rol speelt in uitspraken over scheiding, gezag en omgang — met ernstige nadelige effecten voor vrouwelijke slachtoffers.
Juridische oorzaken die genoemd worden:
- Klassificering van misdrijven: openbaar, fysiek geweld krijgt prioriteit boven herhaald psychisch en controlerend gedrag binnenshuis, omdat bewijs veelal gebaseerd moet zijn op observeerbare incidenten.
- Historische en institutionele bias: wetgeving en jurisprudentie zijn ontstaan vanuit een mannelijk perspectief op criminaliteit, waardoor delicten die typisch tegen vrouwen worden gepleegd minder zichtbaar en minder adequaat aangepakt worden.
- Gebrekkig feitenonderzoek in familierecht: rechters vertrouwen vaak op rapporten van Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming zonder zelf of via onafhankelijke instanties diepgaand waarheidsvinding te doen. Risico-instrumenten voor het herkennen van intieme terreur worden weinig gebruikt.
- Beleid en praktijk na scheiding: het uitgangspunt van gedeeld gezag (sinds 1998) en programma’s als “Scheiden zonder Schade” stimuleren mediation en samenwerking, wat in situaties van geweld vaak onveilig is.
Gevolgen zijn concreet: slachtoffers verliezen twee keer — eerst thuis, daarna in de rechtszaal — en kinderen worden soms gedwongen contact te hebben met een ouder die hen misbruikt of manipuleert. In rechterlijke uitspraken wordt geregeld geen rekening gehouden met structurele patronen van psychisch geweld; partei‑vraagstukken worden geboekstaafd als ‘vechtscheidingen’ waardoor de nuance ontbreekt en beschermende maatregelen uitblijven.
Wat er moet veranderen
- Strafrechtelijke erkenning van psychisch geweld: het strafbaar maken van psychische vormen van intieme terreur zou normerend werken en heeft al steun in de literatuur en bij sommige beleidsmakers (er bestaat een voorbereidend rapport en wetsvoorstellen zijn in omloop).
- Hervorming van familierechtelijke praktijk: direct inzet op degelijk feitenonderzoek, scholing van familierechters en betrokken instanties in het herkennen van coercive control, en striktere toepassing van het Verdrag van Istanbul dat samenwerking tussen gewelddadige ouders niet mag afdwingen.
- Gebruik van risico-instrumenten en onafhankelijke waarheidsvinding door de betrokken overheidsinstanties, zodat rechterlijke beslissingen op betrouwbare informatie kunnen steunen.
- Structurele aandacht voor genderdynamiek in wetgeving en rechtspraak, vergelijkbaar met de gezondheidszorgkloof die in andere sectoren is aangekaart.
Er zijn ook signalen van verbetering: sommige hofuitspraken (bijvoorbeeld een zaak in Den Bosch) tonen begrip voor grensoverschrijdend gedrag van vaders en erkennen dat betrokken professionals (Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming) incidenten soms vergoelijken of verkeerd duiden. Dergelijke uitspraken illustreren hoe de rechtspraak wél kan handelen als het patroon van geweld en de impact op het gezin aanvaardbaar inzichtelijk wordt gemaakt.
Kortom: het probleem is niet alleen het ontbreken van afzonderlijke wetten of meer middelen, maar een dieper liggende systemische mismatch tussen hoe rechtspraak traditioneel werkt en de aard van intiem, gendergerelateerd geweld. Oplossingen vereisen zowel wettelijke aanpassingen (bijv. strafbaarstelling psychisch geweld) als directe veranderingen in familierechtelijke procedures: betere feitenvinding, training en het niet automatisch veronderstellen van gezamenlijke ouderlijke samenwerking bij vermoedens van ernstig huiselijk geweld.