Slachtoffers van de verhoorder van het Assad-regime zien hun beul terug in de rechtszaal in Den Haag

maandag, 1 juni 2026 (17:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Op 8 april 2026 volgde de Syrische activist Abo Ali Al‑Taweel vanuit Europa via een livestream de rechtszaak in Den Haag waarin Rafik A. terechtstaat. De 58‑jarige verdachte, tot voor kort woonachtig in Druten, was in Syrië griffier in Salamiyah maar wordt in Nederland vervolgd voor 25 feiten van marteling en seksueel geweld als misdrijven tegen de menselijkheid die hij in 2013–2014 zou hebben gepleegd als verhoorder bij de pro‑regime National Defence Forces (NDF). Negen slachtoffers deden aangifte en legden belastende verklaringen af; tientallen anderen meldden zich later via de livestream.

Al‑Taweel is een van de prominente aangifte‑gevers. Hij vertelde in een interview hoe hij in september 2013 voor het eerst werd opgepakt, zwaar werd geslagen en later door NDF‑milities naar een detentiecentrum, de zogenoemde "Villa van de Koeweiti", werd gebracht. Daar zou Rafik A. hem hebben laten ophangen, met kabels en kettingen slaan, met elektrische schokken pijnigen, zijn kaak breken en seksueel geweld plegen. Na doorgang naar een ander centrum in Damascus kwam hij in februari 2014 vrij, uitgeput en uitgeput tot 35 kilo. Al‑Taweel verloor vrienden en medegevangenen; sommige gedetineerden stierven. Zijn getuigenis diende als kernbewijs naast foto’s, documenten en videomateriaal.

De zaak kwam op gang doordat gevluchte Syrische activisten in Europa de bewegingen van vermeende daders volgden. Rafik verkocht zijn huis in Salamiyah, vluchtte in 2019 via Teheran naar Griekenland en vestigde zich op 6 juni 2021 in Nederland — een cruciale voorwaarde voor vervolging onder de Nederlandse Wet internationale misdrijven. Mensenrechtenadvocaat Anwar Al‑Bunni (Syrian Center for Legal Studies and Research) verzamelde getuigenverklaringen en startte contacten met politie en Openbaar Ministerie. Nederland heeft speciale teams voor zulke zaken en de rechtbank in Den Haag behandelt internationale misdrijven; eerder werden onder meer al zaken tegen Syrische daders gevoerd.

Na uitgebreide internationale opsporing en verificatie van bewijs viel op 8 december 2023 de politie Rafik in zijn woning binnen. Het onderzoek vereiste onder meer rechtshulp om getuigen in het buitenland te horen; veel slachtoffers wilden anoniem blijven uit angst voor represailles. Dat maakte het bewijsproces complex, maar onderzoekers wisten ondanks risico’s honderden documenten, foto’s en video’s te verifiëren. Cruciaal was materiaal dat Al‑Taweel en collega’s na de val van het regime (december 2024) in Syrië zelf veiligstelden: zij haalden tienduizenden papieren dossiers en meer dan een miljoen digitale bestanden weg uit politiebureaus en filmden de martellocaties. Die vondsten versterkten het dossier aanzienlijk.

In de zittingen presenteert Rafik A. zich terughoudend, onderbreekt vaak, ontkent betrokkenheid en spreekt van een complot — hij beschuldigt onder anderen Al‑Bunni van regie. Bewijs zoals foto’s waarop de verdachte in uniform met een wapen te zien is, en geschreven documenten worden door OM en politie aangevoerd. De officier van justitie eist dertig jaar gevangenisstraf. De verdediging stelt dat er onzekerheden zijn — meerdere verhoorders waren aanwezig in detentiecentra, verklaringen zijn deels lang na dato afgelegd, en zij beroept zich ook op het feit dat Rafik in 2014 zelf door NDF is aangehouden en zwaar is mishandeld.

Op 14 april 2026 maakten slachtoffers gebruik van spreekrecht in de rechtbank. Vijf mannen en twee vrouwen reisden naar Den Haag om hun verhalen rechtstreeks te vertellen. Zij beschreven wie ze waren vóór hun arrestatie — studenten, leraren, ondernemers — en reconstrueerden de vernedering, het fysieke en psychische letsel en de blijvende gevolgen, waaronder vruchtbaarheidsproblemen en langdurige trauma’s. Een vrouw onderstreepte dat openbaar praten over seksueel geweld pijnlijk is maar ook noodzakelijk om waardigheid terug te krijgen; anderen bekritiseerden bepaalde aspecten van het proces, zoals het openlijk behandelen van intieme details. De livestream leidde ertoe dat nog eens ongeveer 120 mogelijke slachtoffers zich meldden en twintig vrouwen in Salamiyah aangifte deden van seksueel geweld door de verdachte.

De zitting toont hoe transnationale vervolging van oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid in Europa steeds vaker slaagt dankzij gedreven activisten, advocaten en gespecialiseerde opsporing. Tegelijkertijd benadrukt de zaak de enorme moeilijkheden: getuigenbescherming, wederzijdse juridische hulp, bewijsverificatie en de emotionele tol voor overlevenden. Voor Al‑Taweel is de rechtszaak geen wraak maar een middel tot erkenning en hoop op gerechtigheid voor de slachtoffers en overledenen. De uitspraak moet nog vallen.