Sinds de uitspraak in de strafzaak tegen Inez Weski zit Jan-Dirk Paarlberg weer vooraan in mijn hoofd
In dit artikel:
Jan-Dirk Paarlberg (69) werd jarenlang gezien als de zakenman die onder druk van Willem Holleeder miljoenen witwaste, vooral betalingen die Holleeder had afgedwongen van vastgoedhandelaar Willem Endstra. Hoewel er aanwijzingen waren dat Holleeder hem zelfs in Londen had geïntimideerd, bleef Paarlberg dit ontkennen. De rechtbanken oordeelden onverbiddelijk: vier jaar gevangenisstraf en een onherroepelijke ontnemingsvordering van ruim 24 miljoen euro — een bedrag waarin het geraamde afperstotaal van zo’n 17 miljoen en daaropvolgend voordeel is opgenomen. Tijdens het proces toonde Paarlberg zichtbare gezondheidsklachten; zijn conditie verslechterde zo ernstig dat hij tijdelijk in een rolstoel zat en begin 2025 kort werd vastgehouden wegens het niet betalen van nog eens 15 miljoen, waarna hij vanwege ‘detentieongeschiktheid’ en gevaarlijk hoge bloeddruk werd vrijgelaten.
De recente uitspraak in de strafzaak tegen ex-advocaat Inez Weski bracht de zaak van Paarlberg weer onder de aandacht. De Rotterdamse rechtbank stelde vast dat Weski, als beklaagde en verdediger van Ridouan Taghi, herhaaldelijk berichten naar diens netwerk had doorgegeven en zo heeft meegewerkt aan drugshandel en het witwassen van grote sommen geld. Ondanks die harde bewezenverklaring en een eis van 4,5 jaar, besloot de rechtbank haar niet terug te sturen naar de gevangenis na de eerder doorgebrachte 42 dagen in voorarrest. In het vonnis zelf ontbreekt een expliciete motivering, maar insiders lezen hierin impliciet mee dat Weski’s wankele gezondheid en de druk vanuit Taghi’s omgeving een rol hebben gespeeld.
Misdaadverslaggever Paul Vugts trekt in zijn column een parallel tussen beide zaken: twee verdachten met ernstige gezondheidsproblemen, hetzelfde ontbreken van een verdediging die psychische overmacht aanvoert, maar toch uiteenlopende strafrechtelijke uitkomsten. Dat schept bij juridische professionals twijfel over de gelijkheid van het recht. Vugts zegt begrip te hebben voor clementie, maar stelt dat de vergelijkende uitkomst de vraag oproept of iedereen voor de wet gelijk wordt behandeld.