Sigrid Kaag: 'Je wordt ontmenselijkt waar je bij staat'

vrijdag, 17 april 2026 (14:20) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Sigrid Kaag is tijdelijk terug in Nederland voor een openbaar gesprek in Utrecht, uitgenodigd door het Katholiek Vrouwendispuut dat zijn tachtigjarig bestaan viert. De oud-minister en oud-leider van D66, die sinds vorig jaar in Zwitserland woont en recent benoemd werd in de door Trump ingestelde raad voor “vrede, stabiliteit en welvaart voor Gaza”, sprak over haar persoonlijke achtergrond, carrière en de politieke druk die haar tot verhuizen bracht.

Kaag schetst een jeugd in Zeist in een progressief-katholiek gezin met weinig materiële bezittingen: een muzikale vader die bewust geen statusauto wilde en een moeder die sterk inzette op opleiding en zelfstandigheid. Het gezin kreeg vroeg te maken met verlies en ziekte — een broertje stierf als baby, en haar moeder onderging een levensbedreigende hersenoperatie waarna haar vader in een periode van ernstige depressie belandde. Scholierenleven, sport en muziek boden stabiliteit.

Als jonge volwassene vertrok Kaag in 1981 naar Caïro, waar ze studeerde in de jaren van Sadat en later Mubarak. Die tijd omschrijft ze als intellectueel verrijkend: contacten met studenten uit de regio, inzicht in de politieke complexiteit van onder meer Libanon en de bezette Palestijnse gebieden, en de conclusie dat westerse beelden over de positie van vrouwen en minderheden vaak te simplistisch zijn. Ze wijst erop dat Noord-Afrikaanse en Midden-Oosterse landen vroeger al vrouwelijke ministers kenden, en dat emancipatiediscoursen in Nederland soms te veel leunen op uitzonderingen als bewijs van inclusie.

Professioneel werkte Kaag jarenlang als diplomaat en gezant — onder meer betrokken bij missies in Syrië (2013) en Libanon (2015) — en onderhandelde ze met autoritaire leiders. Ze benadrukt dat haar vrouw-zijn in die rollen geen nadeel was; integendeel, het gaf soms unieke toegang tot uiteenlopende netwerken en kon een politiek voordeel opleveren. In de kabinetformaties kreeg ze in 2017 de post Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aangeboden; haar keuze in 2021 viel op Financiën omdat ze “aan de knoppen” wilde zitten. Ze was de eerste vrouwelijke minister van Financiën van Nederland en oordeelt dat ze die taak in moeilijke tijden goed heeft vervuld.

Politieke leiderschap bracht echter ook een harde prijs. Vanaf haar aantreden als partijleider in 2020 nam intimidatie en demonisering vanuit rechts flink toe; bedreigingen en maatschappelijke uitsluiting maakten het privéleven van haar en haar gezin zwaar. Haar man wilde daarom niet langer in Nederland wonen. Kaag nam afstand van sociale media en probeert zich niet als passief slachtoffer te zien maar als iemand met autonomie en eigen keuzes.

Over de staat van emancipatie in Nederland spreekt ze kritisch: structurele sociaaleconomische factoren, zoals hoge aantallen parttime werkende vrouwen, verzwakken financiële onafhankelijkheid en daarmee macht. Ze waarschuwt ook voor de import van de manosphere en reactionaire beeldvorming die vrouwen demoniseert, een ontwikkeling die politieke partijen zoals FVD kunnen uitbuiten.

Wat betreft haar rol in de Amerikaanse raad voor Gaza zegt Kaag dat ze uitgenodigd werd vanwege haar ervaring en geloofwaardigheid. Ze houdt geen grote verwachtingen, maar wil proberen een schadelijk plan te remmen of concrete verlichting te brengen voor Palestijnen in Gaza. Haar belangrijkste inzet is het erkennen van de rechten van Palestijnen en hun aanspraak op een staat; alles daartussenin gaat volgens haar voornamelijk over overleven.