Shorttracker Itzhak de Laat uit Leeuwarden heeft nog één kans op een olympische medaille. 'De kleur boeit me niet'
In dit artikel:
Itzhak de Laat is naar Milaan gekomen met één doel: zijn kortebaanloopbaan afsluiten met een olympische medaille in de relay. De 31-jarige Fries rijdt na dit seizoen zijn laatste wedstrijden en ziet de estafette van vrijdagavond als zijn laatste kans op die felbegeerde plak. „Hopelijk is het beste voor het laatst bewaard,” zei hij.
De Laat heeft de afgelopen acht jaar steeds met teleurstellingen rond de olympische relay geworsteld. In Sotsji 2014 was hij nog geen ploeglid, maar de Nederlandse mannen vielen toen in de finale. Vier jaar later strandde de ploeg in de halve finale en in Peking 2022 miste Nederland opnieuw de finale toen De Laat op de streep werd gepasseerd — een moment dat hem sindsdien achtervolgde en dat hij als slotrijder persoonlijk zwaar voelde. Daarom was het oversteken van de halve finale in Milaan maandag zo bevrijdend: die horde was voor hem de grootste in zijn loopbaan.
Of hij in de finale daadwerkelijk op het ijs staat, is nog niet zeker; hij kan ook als reserve fungeren. De concurrenten binnen de Nederlandse ploeg doen niet onder: Jens en Melle van ’t Wout, Teun Boer en Friso Emons zijn allen in vorm. De Nederlandse mannen hebben op dit toernooi uitzonderlijk gepresteerd en stonden op alle drie de individuele afstanden op het podium — een bode voor de relay, maar geen garantie.
De Laat benadrukt hoe fragiel de relay is: één fout, een te harde duw of een val kan alles beslissen. Omdat elke rijder meerdere keren het ijs inkomt, zijn er telkens nieuwe risico’s. Toch heeft hij vertrouwen: op papier behoort zijn team tot de kanshebbers en hij vindt dat Nederland die olympische medaille verdient. Voor hem persoonlijk zou het de kroon op zijn loopbaan zijn; de kleur van de medaille is minder belangrijk. Hij is bereid alles te geven om met die beloning te kunnen stoppen.