Shane van Neerden speelt de gekke stukken die andere jonge pianovirtuozen laten liggen
In dit artikel:
Pianist Shane van Neerden (1999), een mager ogende Amerikaan met Nederlandse wortels, debuteert op Mountain Records met het dubbelalbum Each and All (uitgave besproken 3 juni 2026, nr. 23). De titel verwijst naar een Emerson-gedicht over verbondenheid — een idee dat volgens de criticus wel wat verweerd is, maar waar Van Neerden muzikaal een antwoord op probeert te geven.
Het repertoire is gedurfd en omvangrijk: Ravel’s Gaspard de la nuit (onder meer Ondine en Scarbo), Rachmaninoffs Tweede sonate en Charles Ives’ monumentale Concord-sonate. Die keuze positioneert hem buiten de standaardcarrièrepaden; Ives’ sonate wordt vaak gemeden door carrièremakers omdat ze te groot en vreemd is, terwijl zaalprogrammeurs liever Beethoven en Liszt willen voor publiektrek. Juist in die stukken toont Van Neerden zijn kracht: hij beschikt over een bijzonder, onderscheidend geluid — een sterk zacht timbre met een vloeibare kern — en heeft subtiele controle over halftonen en atmosfeer, terwijl zijn forte-punten levend blijven en niet “dood” slaan.
In Ravel combineert hij technische beheersing met zorg voor klankkleur; in Ives bereikt hij een monumentale en coherente aanpak die de sonate als Amerikaans tegenbeeld van Beethovens Hammerklavier doet voelen. De Rachmaninoff-interpretatie laat een gevoelig midden zien dat nog verder zal rijpen met levenservaring. De criticus ziet in hem geen doorsnee talent tussen vele anderen maar een pianist met een eigen stem en moed om de gekke, lastige stukken te spelen — kwaliteiten die zijn carrière kunnen onderscheiden. Conclusie: Van Neerden heeft nu al de nodige artistieke gaven; blijf zulke onalledaagse repertoirekeuzes volgen, luidt de aansporing.