SGP, doe in asielbeleid recht aan uw uitgangspunten
In dit artikel:
SGP-Kamerlid Leo van Dijk pleitte op 26 juni in de Tweede Kamer voor aanscherping van de asielwetgeving. Een huidige ambtenaar en initiatiefnemer van een door 1.153 geestelijken ondertekende oproep tegen een streng asielregime reageert in dit stuk dat Van Dijks beweringen feitelijk onjuist en retorisch verhard zijn. Hij noemt vier hoofdpunten waarin de partij naar zijn mening onterecht doemaakte over opvang en toelating van vluchtelingen, en sluit af met twee vragen aan de SGP over woordkeuze en dialoog.
1) Nederland draagt niet onevenredig bij
De schrijver weerlegt de suggestie dat Nederland disproportioneel veel vluchtelingen opvangt. In 2024 vroegen 32.175 mensen asiel aan in Nederland — 0,03 procent van de circa 123,2 miljoen wereldwijd ontheemden. Per hoofd van de bevolking nemen andere landen relatief meer vluchtelingen op; Nederland staat in Europa rond plek 15. Daarmee is het beeld van een bijzonder grote Nederlandse last niet houdbaar.
2) Nederland is geen „magnetenland”
De bewering dat bezoekers worden aangetrokken door lange procedures (gemiddeld 17 maanden) wordt volgens de auteur niet ondersteund door empirisch onderzoek. Een WODC-studie uit 2023 concludeert dat het asielbeleid weinig verklarende waarde heeft voor migratiestromen; andere factoren wegen zwaarder. Bovendien benadrukt psychiater Kees Laban dat juist langdurige procedures de geestelijke gezondheid van asielzoekers ernstig belasten en het risico op psychiatrische stoornissen meer dan verdubbelt. Lang wachten is dus eerder schadelijk dan een „voordeel” dat mensen lokt.
3) Toekenningen relatief verklaarbaar
Van Dijk stelde dat Nederland „te soepel” is omdat er vaker verblijfsrechten worden toegekend dan elders. De auteur nuanceert dat vergelijking: Nederland ontvangt relatief veel aanvragers uit landen met een hogere kans op toekenning (bijvoorbeeld Syrië, Jemen, Irak, Eritrea). In 2024 werd in Nederland circa 54% van de eerste aanvragen toegewezen, tegen gemiddeld 51,4% in de EU — een klein verschil dat deels door herkomstverdeling verklaard kan worden. Daarnaast wijzen juristen en academici in het Nederlands Juristenblad op systemische problemen in het migratierecht: starre regelgeving, gebrek aan maatwerk en institutioneel wantrouwen richting kwetsbare groepen.
4) Vluchtelingen zijn niet de hoofdoorzaak van woningnood
De suggestie dat asielzoekers de woningcrisis veroorzaken, wordt teruggeworpen. De afgelopen decennia zijn huishoudens kleiner geworden, waardoor meer woningen per inwoner nodig zijn; het woningaanbod steeg wel, maar niet in lijn met de groei van het aantal huishoudens. Bovendien bouwt de overheid in 2025 naar verwachting veel minder woningen (62.000) dan aangekondigd (100.000), een tekort van circa 38.000 woningen — ruim meer dan de circa 11.000 woningen die nodig zouden zijn voor statushouders.
Gezinshereniging en kwetsbare groepen
Het artikel wijst op knelpunten bij erkenning van huwelijken die alleen kerkelijk voltrokken zijn. Personen uit landen waar het burgerlijk huwelijk ontbreken of juridisch ongeldigheid kent, lopen in Nederland vaak vast bij gezinshereniging. De SGP stemde voor de Wet invoering tweestatusstelsel, die in principe beperkt recht op gezinshereniging bevat bij juridisch ongeldige huwelijken; de SGP vroeg wel naar terughoudende toetsing door rechters maar steunde de wet zonder voorbehoud.
Slotvragen aan de SGP
De auteur vraagt de SGP om te stoppen met polariserende termen als „aantrekkelijk toevluchtsoord” en „profiteren”, omdat taal de perceptie en het beleid beïnvloedt en onverenigbaar is met christelijke naastenliefde. Ten tweede roept hij de fractie op tot gesprek over hoe beleid uitgevoerd kan worden vanuit barmhartigheid en rechtvaardigheid, met oog voor zowel vluchtelingen als de zorgen van Nederlanders. De schrijver is werkzaam bij de rijksoverheid, startte de genoemde oproep en is opvangouder van een alleenstaande minderjarige vluchteling sinds 2019.