SGP-achterban, druk eigen stempel op ontwikkelingswerk

woensdag, 28 januari 2026 (13:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De SGP moet volgens dr. Roelof Bisschop een veel duidelijker plek innemen in het debat over ontwikkelingssamenwerking: niet als afgeleide van binnenlands beleid, maar met een eigen, internationaal gerichte visie die ruimte geeft aan identiteitsgedreven organisaties. Historisch reageerde de partij terughoudend op ontwikkelingshulp — deels door dekolonisatie, een nationalistisch sentiment en wantrouwen tegen maakbaarheidsdenken — en pas in de jaren zeventig kwam er serieuze reflectie binnen de partij, vooral door zendingsmensen als ir. H. van Rossum en dr. Chris Fahner. Van Rossum pleitte voor investeren met lokaal maatwerk, eigenaarschap en een brede aanpak waarbij handel en bedrijfsleven een rol spelen; Fahner waarschuwde tegen noordelijke paternalistische aannames en vroeg cultureel begrip als uitgangspunt.

Bisschop stelt dat de huidige SGP-standpunten kritischer zijn dan vroeger, deels door ideologische verschillen met de vaak linkse en libertijnse sfeer in de sector, maar ook door een historisch “Nederland op één”-perspectief. Hij betoogt dat die kritiek constructief kan worden omgezet in een eigen stempel: een christelijk geïnspireerde internationale oriëntatie die migratie-, asiel- en integratievraagstukken vanuit een bredere, bijbelse traditie benadert — naar het voorbeeld van Guido de Brès, die ook oog had voor het lot van vreemdelingen.

Een kernkritiek is dat de nadruk op meetbare effectiviteit de sector bureaucratisch heeft gemaakt en belangrijke elementen als hart, relatie en langdurige betrokkenheid verwaarloost. Bisschop pleit voor langdurige partnerschappen, meer ruimte voor particuliere en identiteitsgebonden hulporganisaties en minder rationele controle alleen. Hij waarschuwt dat structurele investeringen eerst tot meer migratie kunnen leiden omdat opleidingen en hoop jongeren de middelen geven om te vertrekken; pas bij duurzaam lokaal perspectief keert dat om.

Praktisch adviseert hij Nederland in te zetten op zijn sterke punten — watermanagement, landbouw, handelsgeest en de koppeling van onderwijs aan werk — en hulp te baseren op luisteren en samen plannen maken in plaats van paternalistisch “helpen”. Tot slot daagt hij kabinet en parlement uit om ontwikkelingssamenwerking integraal te behandelen binnen het beleid en om antireligieuze vooringenomenheid tegen identiteitsgedreven organisaties actief tegen te gaan: buiten Europa zijn religieuze waarden vaak dominant, en zulke organisaties kunnen snel aansluiting vinden bij lokale gemeenschappen.

Het betoog is gebaseerd op de Guidolezing die Bisschop op 21 januari hield; hij is oud-bestuurder van Woord en Daad en wethouder in Molenlanden.