Seculiere maatschappelijk werker bezoekt refo: „Je werpt een drempel op met tattoo"
In dit artikel:
Onderzoekers onderzochten waarom reformatorische inwoners in de Gelderse biblebelt relatief weinig gebruikmaken van algemene gezinshulp en hoe niet-reformatorische sociaal professionals hun dienstverlening beter op deze groep kunnen afstemmen. De studie, gevoerd in meerdere biblebeltgemeenten en waarin bijna tachtig beleidsmakers en hulpverleners werden bevraagd, kwam voort uit een signaal van een gemeente waar ongeveer een derde van de bevolking reformatorisch is, maar beneden de 10 procent van de hulpvragers uit die gezindte lijkt te komen.
Sociaal werkers geven aan een duidelijke kloof te ervaren tussen hun eigen wereld en die van reformatorische hulpvragers. Mogelijke verklaringen waarom refo’s minder snel professionele hulp zoeken zijn volgens de onderzoekers dat veel problemen binnen de reformatorische gemeenschap worden gezien als onderdeel van Gods voorzienigheid en dat sterke onderlinge netwerken (materiële en sociale steun) mensen langer zelf laten volhouden. Ook onbekendheid met de gezindte speelt een rol: sommige hulpverleners weten weinig van bijvoorbeeld kerkenraadstructuren of religieuze motieven.
Praktische aanbevelingen richten zich op cultuurgevoelige benadering: stel vragen, toon oprechte belangstelling en sluit hulpverlening aan op overtuigingen die uit Gods Woord voortkomen. Kleine, concrete aanpassingen kunnen drempels verlagen — denk aan kledingkeuzes (rok in plaats van jeans), het bedekken van tattoos of het verwijderen van opvallende piercings tijdens huisbezoek — en aanhoudende gevoeligheid voor taalgebruik (vermijd vloeken en termen die refereren aan evolutie bij uitleg over stress). Hulpverleners ervaren ook morele dilemma’s, bijvoorbeeld bij grote gezinnen of hernieuwde zwangerschappen; zulke situaties vragen om respectvolle verkenning in plaats van snelle oordeelsvorming.
Op beleidsniveau adviseren de onderzoekers dat lokale sociale teams reformatorische professionals aantrekken en samenwerken met reformatorische hulpinstellingen zoals De Vluchtheuvel en KOC Diensten, die kunnen fungeren als brug tussen beide werelden. Het centrale uitgangspunt is wederzijds vertrouwen: refo’s hoeven niet bang te zijn dat seculiere hulpverleners hun identiteit of normen willen ondermijnen, en hulpverleners werken doorgaans met goede bedoelingen, maar missen soms kennis — die valt te herstellen door nieuwsgierigheid, respect en gerichte samenwerking.